Boekgegevens
Titel: De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Deel: 1e stukje
Auteur: Veenendaal, E.J.; Zanten, Jacob van
Uitgave: Utrecht: Kemink & Zoon, 1891 *
3e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8642
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202057
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
44
slinden; anders zouden die doode lichamen weldra verrotten
en de lucht verpesten, tot groot nadeel voor de gezondheid
van alle levende wezens.
Heb ik u nu van twee diersoorten de verdedigingsmiddelen
opgegeven, gij zult die van andere dieren zelf wel kunnen
noemen. Wie zegt niet dadelijk, dat de hond zich door
bijten, de kat zich door krabben verweert, en dat daarom
de eerste een goed gebit in den mond, en de laatste scherpe
nagels aan de pooten heeft? — Ook kent gij den steek der
bij misschien bij ondervinding, en behoef ik u dus niet te
zeggen, dat zij dien steek geeft met den angel, en tegelijk
in de gestoken wond eenig venijn spuit, waardoor het vleesch
er omlieen zwelt en pijnlijk ontstoken wordt.
De koe verdedigt zich op een andere
wijze, namelijk door stooten, waartoe
zij de horens bezigt.
Wanneer de koeien in troepen door
wolven of andere vijanden worden
aangevallen, vormen zij een kring met
de koppen buitenwaarts gekeerd, op-
dat de vijand overal stootende horens
zou ontmoeten, en haar niet van
achteren zou kunnen aanvallen. — De paarden doen in
zoodanig geval geheel anders: zij hebben den kop naar
binnen gekeerd, en slaan met de achterpooten op den
vijand los.
De roofvogels zijn gewapend met bek en klauwen •), om hun
prooi aan te vallen en te verscheuren; bovendien bezitten
1) Zie het plaatje op blz. 45.