Boekgegevens
Titel: De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Deel: 1e stukje
Auteur: Veenendaal, E.J.; Zanten, Jacob van
Uitgave: Utrecht: Kemink & Zoon, 1891 *
3e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8642
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202057
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
delingen onder de Heidenen, die, naar ik hoop, zullen op-
houden als vrucht der Evangelieprediking.
Al die menschen kennen den Bijbel niet, en zijn afgoden-
dienaars. Als zij met het licht van Gods Geest worden be-
straald, en Gods "Woord leeren verstaan, zullen zij hun af-
goden „voor de mollen en de vleermuizen" werpen, en den
eenigen Zaligmaker belijden, wiens Naam boven alle namen
is. — !Maar ge verlangt weêr iets nieuws. Rrrt! . ... daar is
een ander panorama.
Een Schilderij!... Zij stelt vier werelddeelen voor: Europa,
Azië, Afrika en Amerika. Links ziet ge Europa. Hier staat
een kerk, waarheen een groote schare menschen op den Dag
des Heeren zich begeeft. Op den achtergrond ziet gij ver-
schillende menschen l)ezig met het houden van zondagschool,
met het lezen van den Bijbel, het bezoeken van zieken en
het uitdeelen van tractaatjes.
Nu is Azié aan de l)eurt. Hier is ook godsdienstoefening,
en de arme inboorlingen staan rondom een der zendelingen,
die gij gezien hebt, vóór zij de zee overstaken; ze zijn veilig
aangekomen. Een hunner staat hier den inboorlingen, die
hem omringen, te wijzen op de onnaspeurlijke rijkdommen
van Christus. De andere zendeling is op een zendingspost,
dieper het land in, werkzaam. Hun Bijbels en boeken en
tractaatjes zijn niet zonder nut geweest.
Kijkt nu ook even naar Afrika! De Zwarten, die gij op
den grond ziet neêrgehurkt, zijn Negers, de inboorlingen
des lands. Zij zijn door zendelingen onderwezen, en zijn nu
bijeen om den Heere God aan te roepen. Ziet, ginds ligt
een leeuw onder de struiken te slapen! O, die wilde dieren
maken dat land zoo gevaarlijk! De groote rivier, die heel
in de verte stroomt, is de Niger. De menschen dachten
vroeger, dat de Niger zich na een loop van honderd uren
in de woestijnen van het land verloor; maar later heeft men
bevonden, dat zij tot aan den Oceaan doorloopt.
Eh slaat nu ook eens het oog op Amerika, en gij zult zien.