Boekgegevens
Titel: De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Deel: 1e stukje
Auteur: Veenendaal, E.J.; Zanten, Jacob van
Uitgave: Utrecht: Kemink & Zoon, 1891 *
3e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8642
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202057
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
39
Wat dunkt u hiervan ? Dit is het schip, dat de zendelingen
en hun goederen aan boord heeft. De kapitein staat vóór
op het schip met een verrekijker in de hand. Die mannen
in hun blauwe buisjes zijn de matrozen: eenige ziet ge op
]iet dek, andere in het want, nog andere in den top van
den mast; en de twee zendelingen staan bij den grooten
mast de wonderen der zee te beschouwen, terwijl zij hun
harten opheffen tot Hem, die de zee en het droge gemaakt
heeft. De winden huilen, de golven stijgen, de wimpels
fladderen, maar het schip zeilt bestendig voort. Wij willen
liopen, dat het veilig in de haven kome, zonder dat dè
boeken door 't zeewater bedorven zijn, of een haar van der
zendelingen hoofd gekrenkt zij. Ik kan u geen dolfijnen en
walvisschen laten zien, want die schuilen in de diepte der
zee. Maar wij hebben nu lang genoeg op het schip getuurd.
Dus — Rrrt! .... een ander gezicht!
Zijt ge hier niet verbaasd over? . Dat dacht ik wel. Het
is de groote afgod Jaggernaut. Die menigte arme, halfnaakte
inboorlingen aan iedere zijde aanbidden den afgod, in plaats
dat zij God prijzen. Die mannen met touwen trekken hun
god voort, opdat de raderen van de kar zich rondwentelen
over de lichamen der ongelukkigen, die zich op den grond
geworpen hebben. Welk een afschuwelijk gezicht!
Kijkt eens naar den linkerkant: die ongelukkige man heeft
zijn arm zóo lang in dezelfde richting opgeheven, dat hij
hem niet meer kan laten zakken. Dien arm heeft hij jaren
lang zoo gehouden; hij begon daarmeê, opdat de onwetende
inboorlingen hem voor een heilig man zouden houden, en
hem geld zouden geven.
Aan den rechterkant ziet gij een grooten hoop rookend
hout. Daarop ligt midden in den rook een levende vrouw,
die zich met het lijk van haar man laat verbranden. Tegen-
woordig is dit evenwel in Britsch-Indië door de Engelsche
Regeering verboden; maar er zijn nog andere wreede han-