Boekgegevens
Titel: De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Deel: 1e stukje
Auteur: Veenendaal, E.J.; Zanten, Jacob van
Uitgave: Utrecht: Kemink & Zoon, 1891 *
3e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8642
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202057
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
Wel, je bent zeker te beklagen," zei de melkboer, „en
als ik tijd over had, dan----" Hier hield hij op.
„Nu, spreek voort. Zoudt ge mij dan ook aan een meid
kunnen helpen? Ja? dan zal ik u eens heerlijk onthalen
op chocolade en beschuit."
„Ja maar, vrouwtje, ik hou van zindelijkheid; en jou huisje
kan men niet zeer zindelijk noemen. Ik hoop, dat je 'tniet
kwalijk neemt, dat ik het je zeg."
Belia bloosde. „Ik beloof u," zeide zij, „als ik zoo'n meid had,
dan zou ik den vloer ook wel schrobben en met zand bestrooien;
ik zou den schoorsteen witten en de ramen wasschen; ik zou..."
„Zoo, zoo?" riep de melkboer, „nu dan zou 't mij niet
verwonderen, dat ik ook een meid voor je vind, een meid
met éen oog, even als die van je buurvrouw; maar. het kan
wel eenige dagen duren, vóór ik slaag, en denk er om,
vrouwtje, dat ik dan een kop chocolade van je krijg."
„Ja, ja, en een beschuit er bij!" antwoordde Belia lachende.
De melkboer vertrok, en Belia was zoo verheugd, dat zij
er dien nacht haast niet van slapen kon. Toen haar man
thuiskwam, kende hij ternauwernood zijn eigen huis: zóo
had ze 't opgeknapt en gereinigd. Zij had het gordijn ge-
wasschen, het raam schoongemaakt, de plaat aan den haard
geschuurd, den vloer met zand bestrooid, en een groote
kan met bloeienden haagdoorn op tafel gezet.
Den volgenden morgen keek Belia zorgvuldig naar de
woning harer overbuurvrouw, in de hoop van de meid met
éen oog te zien. Maar 't was vergeefsch; zij zag niemand
dan de buurvrouw zelve, die met haar zuigeling op den
schoot zat te breien.
Eindelijk hoorde zij de stem van den melkboer op straat.
Zij liep naar de deur, en riep: „Och, kom er even in, en
bekijk mijn huisje eens!"
De melkboer trad binnen, keek rond, en zei; „Wel, wel!
ik verklaar je, dat ik je vertrek bijna niet herken. De zon
'i