Boekgegevens
Titel: De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Deel: 1e stukje
Auteur: Veenendaal, E.J.; Zanten, Jacob van
Uitgave: Utrecht: Kemink & Zoon, 1891 *
3e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8642
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202057
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
32
„Een dienstbode?" hernam Belia, „heeft mijn buurvrouw
een meid? Dan is 't geen wonder, dat alles er zoo netjes
bij haar uitziet. Maar ik heb dat meisje nog nooit gezien!
Me dunkt, gij moet u vergissen; en ik vraag toch ook, hoe
zou zij haar het loon kunnen betalen?"
„Zij heeft een meid, zeg ik je," hernam de melkboer —
een meid met éen oog; maar ik weet zeker, dat zij haar
geen loon betaalt. Nu, goeden morgen, vrouwtje! ik moet
weg."
„Blijf nog éen minuut," riep Belia met aandrang. „Waar
kreeg zij die meid vandaan?"
„Och, dat weet ik niet. Er zijn dienstboden in overvloed,
en Leentje maakt een goed gebruik van de hare, dat kan
ik je verzekeren."
„Wat doet die meid voor haar?"
„Voor haar doen? Van alles. Ik houd die meid voor de
oorzaak van haar welvaart. Zoo ver ik weet, weigert zij nooit
iets te doen. Zij houdt de kleederen van Leentje en Joris
wat netjes in orde, en die van 't kindje ook!"
,,Wat hoor ik!" zei Belia op een jaloerschen toon, terwijl
zij beide handen ophief. „Nu, zij is een gelukkige vrouw,
dat heb ik altijd gezegd. Zij zorgt er echter wel voor, dat
ik nooit haar meid te zien krijg. Wat soort van meisje is
het? En hoe komt het, dat zij maar éen oog heeft?"
„Dat is een familiekwaal," antwoordde de melkboer; „zij
hebben allen maar éen oog, maar maken er een zeer goed
gebruik van. En Leentjes meid heeft vier nichten, die blind
zijn, stekeblind, die in 't geheel geen oogen hebben; die
nichten komen haar nu en dan helpen. Ik zelf heb ze in
't huisje gezien. En op die wijze krijgt Leentje mooi wat geld.
Ze werken voor haar, en alles wat ze maken, verkoopt zij,
en voor dat geld koopt zij al die mooie dingen, die zij bezit."
„En ik," zei Belia, die van spijt bijna begon te schreien,
„ik heb niemand, die iets voor mij doet; hoe naar is dat!"
en zij veegde haar oogen met haar boezelaar af.