Boekgegevens
Titel: De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Deel: 1e stukje
Auteur: Veenendaal, E.J.; Zanten, Jacob van
Uitgave: Utrecht: Kemink & Zoon, 1891 *
3e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8642
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202057
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
26
uw eigen hart eens, of het werkelijk vergeeft, zooals gij
wenscht, dat u vergeven wordt."
Flip kwam met een opgeruimder gelaat uit de kerk. „Groot-
vader," zeide hij op weg naar huis, „er is éen gebed, dat
ik tot op heden niet van harte kon meêbidden."
„En welk was dat?"
„Dat het den Heere mocht behagen onzen vijanden te
vergeven .... en hun harten te bekeeren. Ben kwam mij
in de gedachten, en ik bad voor hem; en weet gij, waarom
ik dat deed?"
„God gaf u dat in uw hart, m'n jongen!" —
Den volgenden morgen was het regenachtig, maar Flip
was afwezig; en toen zijn grootvader, bij het knappend vuurtje
zittende, zag, dat het ontbijt nog onaangeroerd stond, dacht
hij : wat zou er toch met m'n jongen gebeurd zijn? Eindelijk
hoorde hij den welbekenden voetstap, en Flip kwam, ver-
moeid en nat binnen.
„Waar ben je geweest, m'n kind?"
„Ik ben heel naar Wildhoeve geweest!" riep Flip blij,
terwijl hij zijn nat jasje uitdeed, en ophing om te drogen.
„Naar Wildhoeve? O, Ben woont daar; heb je hem bezocht?"
„Och Grootvader! ik hoorde gisterenavond, dat mijnheer
Koch een loopjongen noodig heeft, en dat een vlugge jongen
daar dadelijk geplaatst zou kunnen worden. Nu, Ben is
eenigen tijd zonder werk geweest; ik dacht: dat postje zou
hem net passen. Daarom stond ik van morgen vroeg op,
en ging het hem vertellen; want als ik dat uitgesteld had,
ware de kans voor hem misschien verloren gegaan."
Een straal van stille vreugde was te zien op het gelaat
des grijsaards — zijn blik zeide meer dan geheele boeken vol
lof. Na een. oogenblik zwijgens vroeg hij: „Hoe heeft Ben u
ontvangen, m'n jongen?"
„Juist op de oude manier," antwoordde Flip, terwijl onder
't spreken zijn toorn oprees. „Hij lachte, toen hij mij zag, en
hij vroeg mij, hoe mij beviel, wat hij mij verleden Zaterdag