Boekgegevens
Titel: De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Deel: 1e stukje
Auteur: Veenendaal, E.J.; Zanten, Jacob van
Uitgave: Utrecht: Kemink & Zoon, 1891 *
3e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8642
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202057
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
geen kwaad; maar ik wil recht — recht wil ik — niets dan
recht!"
„Als je niets anders wilt dan recht, m'n jongen, dan zal
u een verschrikkelijk lot ten deel vallen. Wat mij betreft,
ik heb om genade leeren vragen; zonder genade zou ik nooit
in den hemel kunnen komen."
„U bedoelt genade van God: ik weet, dat wij allen ze
behoeven," zei Flip; „maar dit heeft met mijn twist met
Ben toch niets te maken!"
„Het heeft er veel meê te maken," antwoordde de oude
man. „Vergeef, en u zal vergeven worden."
„Dat is niet gemakkelijk te doen," zei Flip nadenkend.
„Het moet gedaan worden," hernam Grootvader. „Indien
gij den menschen hun misdaden niet vergeeft, zoo zal ook
uw Vader uw misdaden niet vergeven," staat er."')
Den volgenden morgen kwam Flip in een kalmer stem-
ming bij zijn grootvader. „Ik heb over mijn twist met Ben
nagedacht," zei hij. „Ik had het plan zijn kanarie weg te
laten vliegen, of hem eenig ander kwaad te doen; maar nu
heb ik besloten mij met dien jongen heel niet meer te be-
moeien."
„Dat is al éen stap op den goeden weg; maar ik vrees,
dat gij hem nog niet vergeven hebt. Denk er nog maar eens
goed over na."
Aan het ontbijt zat Flip stil en nadenkend. Eer hij opstond
om zich voor de kerk gereed te maken, zeide hij weêr tot
Grootvader: „Ik zie, dat het niet genoeg is, daden van wraak
te laten varen; ik geloof, dat ik mij ook voor booze ivoorden
moet wachten. Dat is moeielijker taak dan de andere; want
ik spreek gaarne uit, wat in mijn hart omgaat; maar ik wil
trachten met Gods hulp geen kwaad van Ben te spreken."
„Dat is een tweede goede stap, m'n jongen! maar vraag
1) Matth. YI:15.