Boekgegevens
Titel: De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Deel: 1e stukje
Auteur: Veenendaal, E.J.; Zanten, Jacob van
Uitgave: Utrecht: Kemink & Zoon, 1891 *
3e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8642
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202057
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
kenheid van den knaap en zijn buitengewone tegenwoor-
digheid van geest. Méér ziet hij geen kans te redden, en
de straat is bovendien versperd; hij kan het brandende per-
ceel niet weder naderen. Hij keert daarom naar zijn moeder
terug, en wij hooren hem zachtkens als tot zichzelven spre-
ken: „Zij liet mij ook niet aan mijn lot over, toen ik mij
zoo bezeerd had." —
De steen ziet er soms ruw en onooglijk uit. Werp hem
daarom echter niet aanstonds weg, maar slijp hem; misschiea
zit er een diamant in!
De HEILAND zat aan tafel bij „tollenaren en zondaren."
VI.
De Inkwartiering.
„O moeder! hoe dwarrelt de sneeuw van den hemel!
Zij zal onze hut nog begraven;
En buiten in 't dorp — wat gejoel en gewemel
Van ruiters, die rennen en draven!
Wij hebben geen brood en geen meel meer in huis;
Ik rekende 't anders geen jammer of kruis,
Als ze ook een paar ruiters ons gaven." —
„„'t Wordt donker, mijn kind! en de stormwind blijft woeden,,
't Is tijd om aan sluiten te denken;
God zal voor den storm en den vijand ons hoeden,
En binnen ons veiligheid schenken.
Uw moeder gaat bidden — kom bidden met mij!
Geen vijand — blijft de Almacht ons wakend nabij —
Vermag dan een haar ons te krenken!"" ^