Boekgegevens
Titel: De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Deel: 1e stukje
Auteur: Veenendaal, E.J.; Zanten, Jacob van
Uitgave: Utrecht: Kemink & Zoon, 1891 *
3e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8642
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202057
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
107
. A
zonder iemand te zien, bevond hij zich nog dieper dan ooit
in 't midden van het bosch.
Hij ging nu weêr terug op de rivier aan, maar zag, tot
zijn groote ontsteltenis, drie olifanten op zijn weg. Een
hunner was een jonge, die dartelend op hem aan kwam,
alsof hij met hem spelen wilde. De man snelde terug, en
zocht een boom om daarin te klimmen; maar door den haast
gleed hij uit, en viel uit den boom, vlak bij den snuit van
den olifant!
De olifant stond stil, raakte hem aan, berook hem, en
wentelde hem zelfs om. De man was zeer bevreesd, dat de
olifant op hem trappen zou; hij vloog daarom eensklaps op,
en gaf zulk een schreeuw, dat de olifant ervan verschrikte
en naar zijn makkers terugliep. Daarop renden alle drie
op hem aan, alles vóór zicli buigende en brekende.
Hij liep intusschen snel voort: de vrees gaf henï vleu-
gelen, zoodat hij de dieren weldra verre achter zich liet.
Bij ongeluk had hij zijn zak met kokosnoten laten liggen;
en hij zou zeker geen middagmaal ge-
noten hebben, indien niet een andere
vrucht door hem ware gevonden.
Het was de vrucht van den broodboom.
Zij is zoo groot, dat zij verscheiden
ponden weegt. Zij bevat meer dan twee-
honderd zaden of noten, die veel op
kastanjes gelijken. De inboorlingen van
Ceylon snijden ze in repen, en eten ze
rauw, of na ze in olie gebakken te hebben.
De krijgsman trachtte vuur te maken
door twee stukken hout tegen elkaar te
wrijven; maar hoe sterk en hoe lang hij
ook wreef, hij kreeg geen enkele vonk.
Hij nam daarom de noodige broodvruchten op, en trok
verder — verheugd, dat hij zulk een overvloed van voedsel
gevonden had. Maar juist op dat oogenblik hoorde hij een