Boekgegevens
Titel: De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Deel: 1e stukje
Auteur: Veenendaal, E.J.; Zanten, Jacob van
Uitgave: Utrecht: Kemink & Zoon, 1891 *
3e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8642
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202057
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
103

Er groeien in die bosschen planten, wier vezelen zoo taai
en sterk zijn als touw. Daarmede bond hij zich vast. Maar
hij kon niet veel slapen.
Zijn kleederen werden door-
weekt van den zwaren en
killen dauw, zooals die in
warme landen valt; en on-
dertusschen hoorde hij een
oorverdoovend geblaf en ge-
huil. 't Was het geschreeuw
van jakhalzen, die hun prooi
vervolgden.
Jakhalzen zijn vraatzuch-
tiger dan wolven, en vallen
bijna ieder dier aan, dat zij ontmoeten. Den ganschen dag
liggen zij in hun holen verborgen, maar wanneer de nacht
komt, rennen zij in troepen de bosschen door.
De jaklials, die het eerst de prooi riekt, geeft dit door
een luid gehuil te kennen aan zijn makkers, die hierop ant-
woord geven. Menigmaal komt de Icemo op dit geroep af,
en volgt hen op een afstand. Wanneer de jakhalzen dan
hun prooi hebben gegrepen, en op het punt staan, die te
verslinden, verschijnt de leeuw; nu moeten de jakhalzen de
plaats ruimen, en in de verte wachten, tot de koning zijn
honger gestild heeft.
Bij het krieken van den dag daalde de verdwaalde soldaat
van zijn hooge rustplaats af, en zette zijn tocht langs de
rivier voort. Maar eindelijk kon hij bijna niet verder; want
de oevers waren begroeid met lang gras en doornige struiken.
Het was een vermoeiende tocht; en toen hij aan een meer
open plaats kwam, legde hij zich afgemat op een rots neder:
en niettegenstaande de brandende zonnestralen in al hun
kracht op hem nedervielen, geraakte hij in een diepen slaap.
Toen hij ontwaakte, verschrikte hij geweldig: dichtbij hem