Boekgegevens
Titel: De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Deel: 1e stukje
Auteur: Veenendaal, E.J.; Zanten, Jacob van
Uitgave: Utrecht: Kemink & Zoon, 1891 *
3e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8642
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202057
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
102
«
Hij was echter nauwlijks eenige schreden voortgegaan, of
hij'hoorde een luid gekrijsch boven zijn hoofd; en opziende,
zag hij een menigte apen hem aangrijnzen. Het was een
vroolijk groepje, dat daar in het verblijf tusschen de bladeren
recht veel genoegen scheen te vinden.
Het leven der apen in de bosschen van hun vaderland is
dan ook een alleraardigst schouwspel. Uit de toppen der
boomen zien zij, zonder vrees voor gevaar, neder op den
leeuw, den tijger en den olifant; ja zelfs werpen zij hen,
wanneer zij eens een ondeugende bui hebben, vandaar met
kokosnoten.
Maar voor de slang zijn ze verschrikkelijk bang. Want
de slang kruipt een boom in, wanneer de apen er het minst
aan denken; en wee den aap, die alsdan zijn middagslaapje
houdt! Hij wordt gegrepen en verslonden, vóórdat hij tijd
tot verdediging gehad heeft.
In die groote wouden staan de boomen dikwijls zoo dicht
ineengegroeid, dat de apen mijlen ver langs de toppen der
boomen kunnen voortspringen, zonder op den grond te
komen.
De takken, waarin de apen zaten te schreeuwen, waren
zwaar van de kokosnoten; en naardien de ongelukkige sol-
daat grooten honger had, verlangde hij van de noten te eten.
Om te maken, dat de apen ze naar beneden wierpen, begon'
hij met steenen te gooien. Wat hij verwacht had, gebeurde:
de apen wierpen, zoo hard zij konden, kokosnoten op hem
af. Om niet gewond te worden, ging hij op zij, raapte een
paar noten op, en spoedde zich weg.
Het bosch werd al woester en woester, en de duisternis
waarschuwde hem, dat hij aldaar nog een nacht zou moeten
doorbrengen. Ditmaal wilde hij zich aan een boom vast-
binden om, zoo mogelijk, een weinig te kunnen slapen,
zonder in gevaar te zijn van te vallen.