Boekgegevens
Titel: De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Deel: 1e stukje
Auteur: Veenendaal, E.J.; Zanten, Jacob van
Uitgave: Utrecht: Kemink & Zoon, 1891 *
3e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8642
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202057
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
99
De olifanten worden oih hun buitengewone grootte door
■de andere dieren met ontzag behandeld. Zelfs de tijger
durft hen niet aanvallen; want waagde hij het, zij zouden
hem op hun slagtanden vatten en in de lucht slingeren.
Een alleenloopende olifant is er dikwijls een, die uit zijn
kudde verdreven, en daarom niet best gemutst is. Hoe 't ook
zij, onze soldaat vreesde dit dier voorbij te loopen. Hij voelde
volstrekt geen lust om onder zijn grooten dikken poot te
komen — een poot, die even gemakkelijk den sterksten
man kan verbrijzelen, als een kat ziilks een muis kan doen.
Hij sloop stilletjes terug, en maakte zich in een andere
richting uit de voeten.
Het nieuwe pad, dat hij insloeg, scheen meer open te zijn
dan het eerste; maar werkelijk voerde het hem al dieper en
dieper het bosch in. Hij meende den olifant achter zich te
hooren aanloopen, en liep daarom zoo snel, als het doornige
kreupelhout hem zulks veroorloofde. Het begon donker te
worden, waardoor zijn ontsteltenis niet weinig vermeerderde;
want nu had hij het treurige vooruitzicht, den nacht een-
zaam in het woud te moeten doorbrengen.
Dat was hem een verschrikkelijke gedachte. De wilde dieren
zouden weldra uit hun holen komen en, tuk op roof, rond-
zwerven. Hij had geen brandend vuur om hen op een afstand
te houden, geen vergiftigde pijl, waarmede hij ze kon dood-
schieten — geen enkel wapen ter verdediging: wat zou er
van hem worden?
Eén ding was hem duidelijk: hij moest een boom beklim-
men, en tusschen de takken den nacht doorbrengen. Maar
dat klimmen ging niet gemakkelijk; want de stammen der
boomen waren zeer dik, en de meeste boomen waren eerst
op vrij aanzienlijke hoogte van takken voorzien.
De inboorlingen hakken dikwijls met een bijl treden in
den stam; maar hij had geen bijl, en was genoodzaakt rond
te dolen, totdat hij een boom vond, waarvan de takken laag
1*