Boekgegevens
Titel: Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Auteur: Valkhoff, J.N.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1890
13e, herz. druk
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1170
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202048
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Vorige scan Volgende scanScanned page
128.
hebben flesschen en glazen. Heeft de koopman koffie? —
Hij heeft koffie {er van) \ maar zijn broeder niet {heeft er
niet van). Hebt gij wat {er van)} — Ik heb er niet
van, maar ik heb veel melk. Hebben deze Franschen
wijn? —,Zij hebben wijn {er van). Hebt gij papier,
pennen en inkt ? — Wij hebben wel {er van); maar onze
zusters hebben niets.
136.
Hebt gij zijden kousen? — Ik heb ze niet, maar de
vrouw van den koopman heeft ze {er van). Hebben deze
heeren paarden? — Zij hebben paarden {er van). Heb-
ben uwe kinderen kersen en aardbeziën gegeten? — Zij
hebben er niet van gegeten, maar de tuinlieden hebben
er geplukt. Wie heeft er {er van)} — De zoon van
mijn' buurman heeft er. Hebt gij de glazen van mijne
vrienden ? — Ik heb hunne glazen niet. Wie heeft hunne
flesschen ? — Wij hebben de flesschen uwer vrienden niet.
Heeft de kok zout, peper en mosterd ? — De kok (heeft
er) niet (van); maar zijne vrouw, de keukenmeid, wel
{heeft er van). Welke bloemen heeft uwe nicht?
137-
Wat heeft uw vriend ? (Vert. Uw vriend wat heeft hij?)
— Hij heeft de paarden en rijtuigen van zijnen vader.
Hebben uwe zusters deze of die stoelen? — Zij hebben
geene stoelen, maar zij hebben houten tafels. Heeft de
timmerman hout? — Ja {hij heeft er van). Heeft uwe
moeder zilveren lepels? — Ja {zij heeft er van). Hebt
gij spiegels? — Ja, ik heb er drie. Heeft uwe moeder
zes stoelen in hare kamer? — Ja, zij heeft er meer dan
zes, zij heeft er twaalf.