Boekgegevens
Titel: Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Auteur: Valkhoff, J.N.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1890
13e, herz. druk
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1170
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202048
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Vorige scan Volgende scanScanned page
128.
Uwe moeder had {imp) eene parasol. Gij hadt {imp)
het venster gesloten. Ik had {imp) een' degen. Deze
leerling had {imp) zijne les geleerd. Hij had {imp) ook
zijn opstel gemaakt. Uwe zuster Lotje had {imp) hare
lessen geleerd. Had {imp) Karei zijne brieven geschreven?
Onze broeder had {imp) de thee voor vader {papa) gezet.
Gij hadt {p. d) honger en zij had (/. d) dorst. Vrijdag
hadt {p. gij eene tijding ontvangen? Maandag had
{p. d.) Lotje de tijding ontvangen van den dood haars vaders.
129.
Wij hadden {imp.) winter (vert. den winter)., maar wij
hebben nu lente (vert. de lente). De Franschen hadden
{imp) vroeger koningen en keizers. Gisteren morgen had-
den {p. d) wij een' brief van onzen neef, die te Londen
is. Indien de koning tijd (vert. den tijd, Ie temps) had {imp),
zou er zijn {il y aurait) eene jacht in ons bosch. In welke
steden van Frankrijk zijt gij geweest? Welke paleizen der
hoofdstad hebt gij gezien {vtts)} In welke hoofdsteden zijt
gij geweest ? Aan wien hebben wij gedacht ? Welke paar-
den heeft Frans, de koetsier, ingespannen {attelés)1 Van
wien hebben Lotje en Louise gesproken?
130.
Wie zijt gij? — Ik ben (een) Duitscher, mijnheer.
Waar staat {is) het standbeeld van den hertog? Welke
zijn de standbeelden dezer stad? Welke handschoenen
zijn de uwe? Welke rijtuigen zijn die van den hertog?
Bij welken hoedenmaker hebt gij uwen hoed gekocht?
Zijt gij de schoonzoon van dien koetsier ? Uwe koet-
sier is in Engeland geweest. Hij had {imp.) twee rij-