Boekgegevens
Titel: Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Auteur: Valkhoff, J.N.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1890
13e, herz. druk
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1170
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202048
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Vorige scan Volgende scanScanned page
128.
de haven vóór de stad. De joden en de christenen in
dit land.
111.
Men heeft vier jaargetijden. De lente is het eerste
jaargetijde. Wij zijn in de lente. De winter is ook een
der vier jaargetijden. In den zomer hebben de boomen
bladeren. Hoeveel bladen zijn er in Lotjes boek? Men
heeft dikwijls dorst in eene woestijn. Des avonds eten
wij {nous mangeons) brood en vleesch, des middags eten
wij altijd vleesch. De meester heeft den ijver der leer-
lingen zijner school beloond.
112.
Wien hebt gij gehad tot {poiir) metgezel op {dans)
uwe reis naar {a) Parijs ? — Mijn broeder is onze
metgezel geweest. Heeft uw broeder Parijs gezien?
Franklin was een Amerikaan, die ook te Parijs geweest
is. Nelson was geen {niet) Amerikaan. Wien hebt gij
tot metgezel gehad op uwe reis naar de hoofdstad van
Frankrijk? — Mijn meester, die (een) Franschman is.
Is uw meester (een) Franschman? — Neen, hij is feen)
Duitscher *).
113-
Hoeveel maanden zijt gij te Parijs geweest? — Wij
zijn een jaar te Parijs geweest. Heeft men den ijver
van haren broeder beloond ? — Ja, en ook dien van
den zijnen. Waar hebt gij te Parijs gewoond {de-
mezirt)} — In een huis in de straat * Rivoli {la rzie de
*) Men zegt: il est Allemand, zonder lidwoord. Men kan echter ook zeggen:
c'est un Allemand, en dan moet het lidwoord wel degelijk uitgedrukt worden.