Boekgegevens
Titel: Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Auteur: Valkhoff, J.N.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1890
13e, herz. druk
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1170
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202048
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Vorige scan Volgende scanScanned page
128.
weest? — Hij is in de [en) stad geweest. Wij hadden
{Nous avions) zomer (vert, den zo^ner), wij hebben nu
{maintenant) winter (vert. de7i winter). Waar is de keizer
van Duitschland? — Hij is in zijn paleis te Berlijn {Ber-
lin). Maandag hebben wij een' generaal op de markt
gezien. Wij hebben met de kinderen des geneesheers
vóór de deur des kruideniers gespeeld.
Drie en Twintigste Les.
vervolg der herhalixg.
Men leere eerst deze woorden :
Het dorp, le village. de woestijn, le désert.
de Amerikaan, r Américain, m. de morgen, j le matin.
de redenaar. r orateur, m. des morgens, S
Cicero, Cicéron. de middag , i le midi.
Hannibal, A nnibal. des middags, )
de metgezel, le compagnon. de avond, ) le soir.
de ijver, le zèle. des avonds, '
de visch, le poisson. altijd , toujours.
de goudvisch, la dorade. somtijds, quelquefois.
het jaargetijde. la saison. beloond, récompensé.
i lo.
Ben ik uw broeder? Is zij uwe zuster? Cicero was
een redenaar. Hannibal is geen (vert. niet een) Ro-
mein. Hannibal heeft tegen de Romeinen gestreden.
Hij heeft de legers der Romeinen overwonnen. Hij
heeft ook vestingen ingenomen. Op de tafel is {il y a)
visch en vleesch. Er zijn vier goudvisschen in dit glas
{óocal, m.). Hoeveel visschen heeft uw broeder ge-
vangen {pris)} — Hij heeft tien visschen gevangen in