Boekgegevens
Titel: Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Auteur: Valkhoff, J.N.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1890
13e, herz. druk
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1170
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202048
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Vorige scan Volgende scanScanned page
54
mijne heeren. Zij zijn neven, mijne heeren. Gij zijt
nichten, dames. Leentje is ons kind. Wij zijn broeder
en zuster. Onze broeders zijn vrienden, zij zijn op [in)
dezelfde school.
80.
Uw vader is mijn broeder, ik ben dus (doncje suis) uw
oom. Eene week heeft zeven dagen. Een jaar heeft
vier maal {fois) dertien weken. Uw broeder is mijn leer-
ling. Hij heeft zijne lessen gekend. Uwe moeder is
mijne zuster, ik ben dus [donc je stds) uwe tante. Gij
zijt broeders en zusters, gij hebt denzelfden vader en
dezelfde moeder. Onze broeders zijn soldaten in het le-
ger der Franschen. Mijn broeder en Jacob zijn vrien-
den zij zijn op dezelfde school.
81.
De lakensche rok is voor Pieter en de zijden parasol
is voor uwe zuster Jetje. De zijden linten zijn voor uwe
nicht Lotje. Mijn vader is nu te Parijs. Jetjes moeder
is nu te Londen. Zij heeft twintig jaren te Londen ge-
woond [demeuré). Er zijn te Parijs veel paleizen en veel
kerken. Gij hebt fluweelen mantels uit {;van) Parijs ont-
vangen. Julius is nu op school. Hij heeft in dezelfde
eeuw geleefd. Zij hebben gisteren den brand gezien.
Heeft Kornelis zijn opstel af?
Achttiende Les.
In de 15e les hebben we de bez. bijv. naamw. {adjectifspossessifs)
leeren kennen, nu zullen we over de bezittelijke voornaamwoorden
{pronoms possessifs) spreken, die zeer nauw aan de eerste verwant zijn.