Boekgegevens
Titel: Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Auteur: Valkhoff, J.N.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1890
13e, herz. druk
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1170
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202048
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Vorige scan Volgende scanScanned page
53
men is,
wij zijn ,
gij zijt,
zij (mannen) zijn,
zij (vrouwen) zijn.
IS menf
zijn wij ?
est-ûn ?
sommes-nous ?
étes'vous ?
sont-ils?
sont-elles ?
on est.
nous sommes.
vous êtes. zijt gij?
ils sont. zijn zij?
elles sont. zijn zij?
Dit is de tegenw. tijd {Présent) van de aantoonende wijs (^Indicatif)
van 't werkwoord zijn (Etre), bevestigend en vragend vervoegd.
Gij ziet, dat in den vragenden vorm het voornaamwoord achter
het werkwoord wordt geplaatst, en dat een tiret of trait d'union
werkwoord en voornaamwoord verbindt.
Leer nu nog deze woordjes :
de tante. la tante. Jakob, Jacques.
de week, la semaine. Korn el is. Corneille.
de dag. le jour. Pieter. Pierre.
eene eeuw. un siècle. Lotje, Charlotte.
voor, pour. Julius, yules.
vóór, avant, devant. Julia, Julie.
onder, parmi, sous. dezelfde (manl.), le même.
Jetje, Henriette. dezelfde (vrouw.), la même.
gewoond, demeuré.
Wij hebben voor 't Nederlandsche woordje voor drie woorden in
't Fransch leeren kennen. Ze zijn pour, avant en devant. Pour
beteekent ten gunste van of in de plaats van, als : het boek is voor
yan, le livre est pour yean; ik heb het opstel \Oi>V ^an gemaakt,
f ai fait le thème poiir yean. Availt wijst den tijd aan, als: vóór
mijn tijd^ iivaut mon temps, Devailt wijst de plaats aan, als:
Willem speelt vóór 'thuis, Guillau^ne joue (levuilt la maison.
79-
Ik ben uw broeder. Gij zijt mijne tante. Hij is
onze oom. Zij is onze tante. Men is in de kerk. Wij
zijn de officieren van het leger. Gij zijt vrienden*),
*) Evenals in 't Ncderlaiidsch, zet men- ook in 't Kransch in dergelijke zinnen
geen lidwoord vóór 't naamwoord. Waar wij in 't Nederl. in 't vervolg het lidwoord
tusschen twee haakjes plaatsen, moet het in 't Fransch niet vertaald worden.