Boekgegevens
Titel: Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Auteur: Valkhoff, J.N.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1890
13e, herz. druk
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1170
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202048
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Vorige scan Volgende scanScanned page
48
70.
De helden hebben gestreden tegen de vijanden. Wij
hebben twee Franschen op {da7is) de straat gezien. De
jagers van den hertog hebben in het woud gejaagd.
Hebt gij vóór het huis uws buurmans gespeeld? — Ja,
ik heb met uwe zusters en uwe beide {twee) neven ge-
speeld. Hendrik heeft vijf jaren bij {met) zijn' broeder
in de hoofdstad gewoond.
Zestiende Les.
Als men zegt: eene zijden paraplu., eene zilveren vork, dan zijn
die woorden zijden en zilveren bijvoeglijke naamwoorden, die de
stof aanduiden, waarvan de voorwerpen, door de naamwoorden uit-
gedrukt, gemaakt zijn. Men noemt ze daarom ook stoffelijke bijv.
naamwoorden. De wijze, waarop men deze bijv. naamw. in 't Fransch
vertaalt, is geheel eigenaardig.
Eene zijden paraplu bij voorbeeld vertaalt men alsof er stond eene
paraplu van zijde, un paraplnie <le soie; eene zilveren 7'ork,
une foni'chette d'argent, eene vork van zilver, enz.
Leer de volgende uitdrukkingen:
houten, de bois. strooien, de paille.
ijzeren, de fer. zijden, de soie.
zilveren, d'argent. lederen, de cuir, de peau.
gouden, d'or. looden, de plomb.
lakensch, de drap. papieren, de papier.
linnen, de toile. bordpapieren, de carton.
porceleinen, de porcelaine. stalen , tV acier.
glazen, de verre. fluweelen, de velours.
blikken, de fer-blanc. katoenen, de coton.
Nu nog een regel van geheel anderen aard. Gij weet zeker nog
zeer goed te zeggen, hoe de zelfst. naamwoorden in 't Fransch hun
meervoud vormen. Door achtervoeging van eene j bij het enkelvoud,