Boekgegevens
Titel: Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Auteur: Valkhoff, J.N.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1890
13e, herz. druk
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1170
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202048
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Vorige scan Volgende scanScanned page
44
Ne . . . jamais is nooit, ne , . . rien is niets. Met deze beide
ontkennende uitdrukkingen wordt op dezelfde wijze gehandeld als met
ne . . .pas, dat wil zeggen dat ne altijd vóól' 't werkwoord, en
jamais en rien aclltcr 't werkwoord worden geplaatst. B. v. op de
volgende wijze:
Ik heb nooit gehad, je ll'ai jamais eu; hij heeft niets gezien,
il ii'a rien vu.
Nu wordt het tijd, dat wij leeren hoe de bezittelijke bijv. naam-
woorden mijn, uw, zijn, haar, ons, hun enz. in 't Fransch worden
uitgedrukt. Vóórdat ik u echter van deze bijzondere soort van bij-
voeglijke naamwoorden spreek, zal ik u eerst een' regel zeggen, die
op alle bijvoeglijke naamwoorden van toepassing is en die u gedurig
zal te pas komen.
Regel. Elk bijvoeglijk naamwoord komt in getal en geslacllt
overeen met het zelstandig naamwoord, waartoe het behoort.
Dat wil zeggen: Is 't zelfstandig naamwoord manlijk enkelvoudig,
dan moet het bijvoeglijk naamwoord het ook zijn, is het zelfst.
naamw. vrouwelijk meervoudig, dan zette men het bijv. naamw. ook
in 't vrouwelijk meervoud, enz.
Ziehier een lijstje van de hierboven bedoelde bezittelijke bijvoeg-
lijke naamwoorden:
Enkelvoud, Singulier. Meervoud, Pluriel.
Als de bezitting enkelvoudig is. Als de bezitting meervoudig is.
Mijn(e), mon, ma. mijne, mes.
uw(e), ton, ta. uwe, tes.
zijn(e), ) zijne of
haar (hare), ) ' ' hare,
ons (onze), notre. onze, nos.
uw(e), votre. uwe, vos.
hun (hunne), ) , hunne of )
' leur. , [ leurs.
haar (hare), ) ' hare,
Hoe gebruikt men nu die bijv. naamw.?
1. Mon, ton, son zet men vóór manlijke woorden; ma, ta, sa
vóór vrouwelijke; notre, VOtre, leur vóór manlijke en vrouwelijke.
2. Begint een vrouwelijk woord met een' klinker of eene A