Boekgegevens
Titel: Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Auteur: Valkhoff, J.N.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1890
13e, herz. druk
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1170
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202048
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
47-
Waar is het geld? — Het geld ligt (vertaal ü) op de
tafel. De boer heeft geld. Heeft de koopman ook geld-?
Heeft Grietjes zuster ook geld? Heeft de nicht van de
buurvrouw geld? De kooplieden hebben zilver en goud.
De moeder van de nicht des timmermans heeft linnen ge-
kocht. De Franschen hebben legers geslagen. Waar is
het vleesch? Hier is vleesch en brood. Hebben de bak-
kers brood? Hebben de behangers papier?
48.
De officier heeft een' boer geslagen. Men heeft ijzer
en staal verkocht. Waar is ham en vleesch? Heeft
Maria's moeder zijde en wol gekocht? Er is een hond
in den tuin. De tuinen en de huizen der steden. De le-
gers der Duitschers hebben de legers der Franschen ge-
slagen en overwonnen. De Engelschen hebben de vijan-
den overwonnen. Grietjes broeder Jan verkoopt {vend)
ijzer en staal. Huizen en tuinen.
49-
Jan is geboren te Parijs. Jans hond is in de kamer.
De koopman heeft wijn verkocht. Tuinen vóór de huizen
van kooplieden. Er zijn officieren in de legers. Er zijn
steden in de landen. Er is eene hoofdstad in het land.
Men heeft koren verkocht. Men heeft ook koeien ver-
kocht. Hebben de drie zusters zijde en linnen gekocht?
Tuinen achter de huizen. De kleine heeft pap gegeten.
De kleine in de armen der moeder. De meid met den
kleine voor het venster.