Boekgegevens
Titel: Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Auteur: Valkhoff, J.N.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1890
13e, herz. druk
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1170
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202048
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
in 't P'ransch moet overbrengen. Daarbij is echter uwe bijzondere
oplettendheid noodig.
Weet dan, dat in een' vragenden volzin, waarvan het onderwerp
een zelfstandig naamwoord is, zooals yan, Grietje, de koning, enz.,
dat onderwerp vooraan komt te staan en dat dan eerst het werk-
woord volgt, terwijl na dat werkwoord door een persoonlijk voor-
naamwoord het onderwerp nog eens wordt herhaald.
Heeft yan? heeft Grietje? heeft de koning? zullen derhalve ver-
taald moeten worden alsof er stond: yan heeft hij? Grietje heeft
zij? de koning heeft hij? Bij samengestelde tijden komt het vnw.
tusschen het hulpww. en het verl. deelw.
Daar u dit laatste misschien nog niet duidelijk is, zal ik u eenige
voorbeelden geven.
Gesteld dat men u vraagt te vertalen : heeft yan den koning ge-
zien? dan zoekt ge eerst het onderwerp van uwen zin. Dat is yan,
niet waar? Gij zet nu eerst Jean. Dan volgt heeft gezien, a VU.
Gij moet echter, zooals gezegd is, een voornaamwoord bezigen, dat
het onderwerp herhaalt. Dat voornaamwoord zal hier hij moeten
zijn. Wij krijgen dus: yan heeft liij gezien of in 't Fransch Jean
a-t-il VU? Eindelijk komt het voorwerp: den koning, le roi; waarop
men den geheelen zin aldus verkrijgt : .Jean a-t-il VU le roi ? De
samenstelling van zulk een' vragenden zin heet construction interro-
gative. Op dezelfde wijze handelende zal: Heeft Leentje het boek
vergeten ? dus worden : Leentje heeft zij vergeten het boek ? en in 't
Fransch: Madelou a-t-elle oublié le livre? Heeft de koning de
stad gezien ? vertale men alsof er stond : de koning heeft hij gezien de
stad? Le roi a-t-il vu la ville? Heeft Leentjes zuster de parasol
verloreyi ? De zuster van Leentje heeft zij verloren de parasol? La
sœur de 3Iadelon a-t-elle i)erdu l'ombrelle?
Nu nog eene opmerking.
Gij hebt wel gezien, dat men voor gij hebt en dus ook voor hebt'
gij? twee vertalingen heeft: tu as en vous avez, vragend as-tu? en
avez-vous ? Wellicht zijt ge nu en dan bij de vertaling in 't onzekere
geweest, welke van die twee uitdrukkingen gebruikt moest worden.
Tot nog toe kwam het er weinig op aan of ge tu as of vous avez