Boekgegevens
Titel: Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Auteur: Valkhoff, J.N.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1890
13e, herz. druk
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1170
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202048
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Vorige scan Volgende scanScanned page
'J
i8
vriends gevonden. Wij hebben aan Willems oom ge-
dacht.
20.
Hij heeft eene pen. Zij heeft het vleesch. Willem
heeft een horloge. Willem, de zoon des buurmans
en de neef van den officier, heeft den oorlog gezien.
De Franschman en de Duitscher hebben den oorlog
ook gezien. Willems neef heeft het papier aan een'
Duitscher gegeven. Leentje heeft Lodewijks horloge
aan een' Franschman verkocht.
21.
Waar is Karei? Karei is in het leger. Waar is
de brief? — De brief is op de bank. Waar zijn Ka-
rel en Lodewijk? — Karei is te Parijs en Lodewijk
te Brussel. Waar is Leentjes vriendin? — Zij is te
Londen. Ik heb Leentjes vriendin te Londen gezien.
Jans oom is een officier in het leger. Antjes vriendin
is de dochter van eene boerin. Waar is Antjes
vriendin? — Zij is te Brussel.
22.
Ik heb Lodewijks vriend, den officier, gekend.
Waar is het kind van Mietjes buurvrouw? — Het
(vert. hij) is in de kamer. Waar zijn Karei en Jan? —
Zij zijn in de kamer. Waar zijn Marie en Leentje? —
Zij zijn ook in de kamer. De oom des Duitschers.
Het kind van den Franschman. Mietjes zuster heeft
het vleesch gegeten.
23-
Kareis broeder is (een) Franschman. Karei is ook