Boekgegevens
Titel: Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Auteur: Valkhoff, J.N.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1890
13e, herz. druk
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1170
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202048
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Vorige scan Volgende scanScanned page
128.
N'étais-je pas?
Was ik niet?
Ne fus-je pas?
Was ik niet?
N'ai-je pas été?
Imparfait.
J'étais, etc. Je n'étais pas. Etais-je?
Ik was, enz. Ik was niet. Was ik?
Passé défini.
Je fus, etc. Je ne fus pas. Fus-je?
Ik was, enz. Ik was niet. Was ik?
Passé indéfini.
J'ai été, etc. Je n'ai pas été. Ai-je été?
Ik ben geweest, Ik ben niet ge- Ben ik geweest? Ben ik niet ge-
enz. weest. weest ?
Plus-que-parfait.
J'avais été, etc. Je n'avais pas été. Avais-je été? N'avais-je pas été?
Ik was geweest, Ik was niet ge- Was ik geweest ? Was ik niet ge-
enz. weest. weest?
Parfait antérieur.
J'eus été, etc. Je n'eus pas été. Eus-je été? N'eus-je pas été?
Ik was geweest, Ik was niet ge- Was ik geweest? Was ik niet ge-
enz.
weest ?
weest.
Futur.
Je serai, etc. Je ne serai pas. Serai-je?
Ik zal zijn, enz. Ik zal niet zijn. Zal ik zijn?
Conditionnel.
Je serais, etc. Je ne serais pas. Serais-je?
Ik zou zijn, enz. Ik zou niet zijn. Zou ik zijn?
De leerling vuile aan wat aan bovenstaande vervoeging ontbreekt.
Wij hebben slechts den len pers. des enkelvouds opgegeven^ om
plaats te winnen.
Ne serai-je pas?
Zal ik niet zijn?
Ne serais-je pas?
Zou ik niet zijn?
V. OEFENINGEN.
Oef. a. Vervoeg het werkw. Avoir, zeggend, gevolgd door een
zelfst. naamw. met een bepalend lidwoord er voor.