Boekgegevens
Titel: Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Auteur: Valkhoff, J.N.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1890
13e, herz. druk
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1170
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202048
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Vorige scan Volgende scanScanned page
hij is te huis, il est chez lui.
zij is te huis, elle est chez elle.
men is te huis, on est chez soi.
wij zijn te huis, nous sommes chez nous.
gij zijt te huis, vous êtes chez vous.
zij (m.) zijn te huis, ils sont chez eux.
zij (vr.) zijn te huis, elles sont chez elles.
Ik ben te huis geweest, y ai été chez moi.
, . ( y étais chez moi.
Ik was te huis........
( ye fus chez mot.
Ik zal te huis zijn, ye serai chez 7}ioi.
Ik zou te huis zijn, ye serais chez moi.
Een of ander, eenig..... «luelqiie.
Eenige............... quelques.
i8i.
Hoe laat zijt gij gekomen? — Ik ben om 4 uur ge-
komen. Ik was toen niet thuis. Waar waart {imp) gij
toen? — Ik was bij mijnen neef, die in de straat Riche-
lieu woont. Hoe laat zijt gij heden avond uitgegaan ? —
Om 7 uur, mijn vriend. Zult gij morgen thuis zijn om
4 uur? — Ik geloof van ja {quoiii). Ik zal morgen om
4 uur bij u zijn. Wie is gisteren bij mij geweest? —
Ik {Moi), mijnheer. Van wien spreekt gij {parlez-vous),
van mijnen broeder of van haren vader? — Ik heb van
haren vader gesproken. Ik heb iets gezegd, dat ver
{loiii) van de waarheid is.
182.
Gij hebt eene fraaie schilderij gekocht, mijn vriend.
Die schilderij stelt voor {représente) eene schoone daad
van eene moeder, die haar kind redt {sauve). Hebt
gij veel betaald? — Ik was {imp) thuis, toen gij hebt
gesproken met (à) den kunstenaar, die zijne fraaie