Boekgegevens
Titel: Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Auteur: Valkhoff, J.N.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1890
13e, herz. druk
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1170
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202048
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Vorige scan Volgende scanScanned page
128.
le florin,
le convoi.
Cicêron.
le tram à vapeur.
de reis,
gereisd,
in het midden
de schilderij, Ie tableau. de gulden,
eertijds, vroeger, autrefois. de spoortrein,
de veldheer, Ie général. Cicero,
de handwerksman, Partisan, m. de stoomtram,
lang, long, longue,
opgericht, érigé.
( le politique.
de staatsman, { „, ,, ,
( Vhomme d'Etat.
Onvolm. verl. tijd.
Imparfait.
Ik was, y étais.
gij waart, tu étais.
hij was, il était.
zij was, elle était.
men was, on était.
wij waren, nous étions.
gij waart, vous étiez.
zij (m.) wären, ils étaient.
zij (vr.) waren, elles étaient.
En we herhalen nog eens:
Ik was geweest, J'avais été.
Evenals bij den Imp. en den Passé déf. van Avoir zullen wij weer
door Imp. en P. d. achter het werkwoord aanwijzen, welke der twee
tijden gekozen moet worden.
167.
Men heeft een standbeeld voor den grooten staatsman
opgericht. Waar heeft men dat standbeeld opgericht? —
Op de groote markt, in het midden der hoofdstad.
Welke vrienden hebt gij in deze oude stad? Wij heb-
ben vele vrienden in deze stad, maar wij hebben ook
vele vijanden. Van welke stad hebt gij gesproken? —
Ik heb gesproken van de hoofdstad van het schoone
Frankrijk. Uwe stad heeft veel handel met Engeland.
le voyage,
voyagé,
au milieu.
Bepaald verl. tijd.
Passé défini.
7e fus.
tu fus.
il fut.
elle fut.
Otl fut.
nous fûmes.
7:ous fûtes,
ils furent,
elles furent.
y eus été.