Boekgegevens
Titel: Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Auteur: Valkhoff, J.N.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1890
13e, herz. druk
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1170
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202048
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Vorige scan Volgende scanScanned page
I05
Een bezochte wandelweg, Une promenade fréquentée.
Bezochte wegen, T)es routes fréquentées.
Het bijvoeglijk naamwoord als gezegde komt met het onderwerp in
getal en geslacht overeen. Nemen wij den zin : Dit meisje is onwetend.
Hierin is onwetend het gezegde, het komt in getal en geslacht met
meisje, het onderwerp, overeen en is derhalve vrouwelijk enkelvoud.
De zin zal dus in 't Fransch luiden : Cette tille est ift'norante.
Uw broeder is gedienstig. Votre frère est obligeant.
Deze wegen zijn bezocht, Ces routes sont fréquentées.
Ziehier eenige van die deelwoorden. In 't Fransch worden zij wel
degelijk van werkwoorden gemaakt, ofschoon gij 'tvan sommige, naar
't Nederlandsch te oordeelen, zoo licht niet zoudt denken, zooals
bijv. scherp en onwetend.
schitterend. brillant, éclatant. brullend, rugissant.
lachend, riant. onwetend, ignorant.
scherp, begrepen, tranchant, compris. geleerd, vernomen, 1 appris.
gekwetst, blessé. gezegd, dit.
gebracht, 1 apporté. gehecht, attaché.
aangebracht, gescheurd, 1 déchiré.
de leeuw. le lion. verscheurd,
eene ster. une étoile. de leeuwin, la lio?tne.
het koffiehuis, le café. de hemel. le ciel.
het gelaat, la figure. de weg. la route.
het potlood, le crayon. wel, goed. bien.
Zinnen als de in den slag gekwetste soldaten worden vertaald, alsof
er stond: de soldaten gekwetst in den slag. Gekwetst is dan een verl.
deelwoord, hier als bijv. naamw. gebruikt en derhalve ook geheel
overeenkomende in getal en geslacht met soldaten. Men vertale dus
dien zin als volgt: les soldats, blessés daus la bataille.
Deze regel geldt alleen voor de verleden deelwoorden.
156.
Deze menschen zijn gehecht aan hun land. Willems
moeder is zeer gehecht aan haar vaderland. Een lachend