Boekgegevens
Titel: Leesboekje voor eerstbeginnenden
Deel: No. 8
Auteur: Ufkes, H.A.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J.zoon, 1856
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8591
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202043
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboekje voor eerstbeginnenden
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
33.
DE HERFST.
In den Herfst is het niet meer zoo warm,
als in den Zomer.
De dagen zijn ook veel korter en wor-
den nog al korter.
De boomen zijn niet meer zoo groen en
fleurig, maar de bladeren worden langza-
merhand geel en vallen dan eindelijk af.
Nu worden de laatste vruchten van tuin
en akker ingezameld.
De landman haalt wal nog buiten is in
de schuur; de appels en peren worden van
de boomen geplukt; de aardappelen worden
uit den grond gerooid; de kool wordt af-
gesneden ; de wortelen en de knollen wor-
den uitgetrokken en alles wordt nu in den
kelder gebragt.
Nu hebben wij das overvloed van lekkere
en gezonde vruchten.
In het laatst van den Herfst, als het nog
kouder wordt, dan gaat het vee weer naar
den stal.