Boekgegevens
Titel: Leesboekje voor eerstbeginnenden
Deel: No. 8
Auteur: Ufkes, H.A.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J.zoon, 1856
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8591
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202043
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboekje voor eerstbeginnenden
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
27.
DE WINTER.
Ja, ja 5 in den Winter is het koud.
Dan zijn de dagen kort en wij moeten
al zeer vroeg het lieht opsteken.
Ik ga dan niet meer zoo vaak naar
buiten, want alles is er dor en guur.
Gedurig valt er sneeuw uit de lucht en
bedekt de aarde met een wit kleed.
Ook vriest het vaak, zoodat de grond
en het water hard bevroren worden.
Dan komen er wel eens mooije bloemen
op de glazen.
En als het ijs sterk genoeg is, kan men
op schaatsen rijden.
Er kan nu niets meer groeijen, de ge-
heele Natuur is in rust.
Maar daardoor krijgt de grond weer fris-
sche kracht, om ons in den volgenden Zo-
mer weder nieuwe vruchten te kunnen geven.
De Winter is dus^ ook zeer nuttig.