Boekgegevens
Titel: Leesboekje voor eerstbeginnenden
Deel: No. 8
Auteur: Ufkes, H.A.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J.zoon, 1856
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8591
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202043
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboekje voor eerstbeginnenden
Vorige scan Volgende scanScanned page
n
14.

NOG WAT VAN DE VISSCHEN. ^
De meeste visschen zijn lekker om te
eten, als Moeder ze gekookt of gebraden
heeft.
Zullen wij die eens opnoemen ?
Aal^ baars, snoek, hot en garnaal, schol
en schelcisch, tong, haring en kabeljaauw.
Maar weet gij wel, hoe men de visschen
vangt ?
Sommige vangt men met den hengel,
maar de meeste visschen vangt men met
netten.
De garnaal is maar heel klein; de snoek
en de kabeljaauw zijn veel grooter; maar er
zijn ook visschen, die wel twintigmaal zoo
groot zijn.
Zulke visschen zwemmen in de zee.
Maar die groote visschen kan men niet
eten. Als die gevangen worden , dan wordt
er traan van gekookt.
2