Boekgegevens
Titel: Leesboekje voor eerstbeginnenden
Deel: No. 8
Auteur: Ufkes, H.A.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J.zoon, 1856
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8591
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202043
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboekje voor eerstbeginnenden
Vorige scan Volgende scanScanned page
IG
13.
DE VISSCHEN.
De visschen leven in het water, daar
zwemmen zij vrolijk heen en weder.
Op het land kunnen de visschen niet
leven, dan sterven zij spoedig.
De visschen hebben geene veeren, zoo
als de vogels; maar zij zijn over het
geheele lijf met schubben bedekt.
Zij hebben ook geene vleugels of pooten,
maar wel vinnen, waarmede zij zich bij
het zwemmen voorthelpen kunnen.
Met den staart sturen zij zich.
Gij hebt toch wel al een visch in het
water gezien?
Wanneer in den zomer het water in de
slooten en grachten heel helder is, dan
kunt gij ze wel zien; maar past op, komt
er niet te digt bij, anders kon de visch
u wel vangen.