Boekgegevens
Titel: Leesboekje voor eerstbeginnenden
Deel: No. 8
Auteur: Ufkes, H.A.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J.zoon, 1856
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8591
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202043
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboekje voor eerstbeginnenden
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
11.
DE OOIJEVAAR.
De ooijevaar is een groote vogel.
Hij heeft ook een groot nest, boven op
een hoogen boomstam.
En w^at heeft hij een langen bek, die
ooijevaar, en zijne beenen zijn nog langer.
Daar kan hij nu goed mede door het
gras of in het water loopen ; want hij moet
kikvorschen vangen en kleine visschen, en
die kon hij anders niet krijgen.
De ooijevaar lust ook wel een muisje,
als hij het maar betrappen kan.
Met den langen, rooden bek kunnen de
ooijevaars wel aardig klepperen ; dat mag
ik gaarne hooren.
De ooijevaar is alleen des voorjaars en
in den zomer bij ons; in den herfs gaat
hij weer naar andere landen, daar het
'warmer is dan hier. De leeuwerik doet
ook zoo. Daarom heeten zij ook trekvogels^