Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
83
mr loodrecht op de oppervlakte, de andere mq volgens de raaklijn
gericht. Deze laatste zou , uit hoofde van de beweegbaarheid der
Fig. 38. deeltjes, eene verplaatsing van het vocht-
deeltje ten gevolge hebben, en er zou dus
geen evenwicht zijn. Evenwicht is alleen
mogelijk als deze ontbondene nul wordt,
dat is als wp loodrecht werkt op de opper-
vlakte en dus die oppervlakte horizon-
taal is.
De hier gegeven wet is een bijzonder
geval van de algemeene wet, die zegt,
dat elk deel der oppervlakte eener vloeistof, die in
evenwicht is, steeds loodreclit staat op de resultante
der krachten, welke op dit deel werken.
De oppervlakte van een stilstaand water kan als vlak aangemerkt
worden, indien het gedeelte, dat men beschouwt, klein is in ver-
gelijking van de aarde, zoodat men de richting der zwaartekracht
in de verschillende punten als dezelfde kan aannemen. Dit noemt
men daarom het waterpas-vlak; aan de oppervlakte van het
water geeft men doorgaans den naam van waterspiegel. Be-
schouwt men grootere uitgestrektheden, dan ia het oppervlak
bolvormig, zoo als men zich op zee kan overtuigen.
Een tweede gevolg van de werking der zwaartekracht is, dat
alle deeltjes, in eene zelfde horizontale laag gelegen,
eene gelijke drukking ondervinden, die des te grooter
zal zijn, naarmate de afstand van die laag tot de
oppervlakte grooter is. Want stellen wij, dat lig. 39 een
vat voorstelt, dat tot AB met vloeistof
gevuld is, dan wordt een waterdeeltje
P naar beneden gedrukt door het gewicht
van alle deeltjes der vloeistofzuil, die
P tot basis en den afstand PO van P
tot aan de oppervlakte AB tot hoogte
heeft. Hieruit volgt dus, dat de drukking
op al de even groote deeltjes, die onder
de oppervlakte AB met P in dezelfde
horizontale laag liggen, even groot moet
zijn. Dit geldt echter evenzeer voor het deeltje Q, dat onder den
Fig. 39.
A 0
\
C M J)
/' F