Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
81
zich verplaatsen kunnen, terstond in beweging geraken. Dit beginsel
is reeds door Archimedes (ongeveer 220 j. v. Chr.) vastgesteld.
Denken wij ons eene vloeistof in een
vat van willekeurigen vorm opgesloten,
en stellen wij eenvoudigheidshalve, daj
zij aan de werking der zwaartekracht
onttrokken is, dan zal eene drukking^
die in eenig punt van de vloeistof wordt
uitgeoefend, zich ten gevolge van de
bewegelijkheid der deeltjes onveranderd
in alle richtingen moeten voortplanten.
Wordt bijv. op een zuiger A (Fig. 35), in den wand van zoodanig
vat aangebracht, eene drukking van 10 kilogram uitgeoefend, dan
zal deze drukking zich onmiddellijk mededeelen aan de waterdeeltjes,
die met den zuiger in aanraking zijn, van deze weder aan de
volgende, en zoo voort, niet alleen in de richting der drukking,
maar in alle richtingen. Elk der zuigers B, C, D, die even groot
als A genomen zijn, zal dus met eene even groote kracht uitgedreven
worden, als die waarmede A ingedrukt wordt, en men zou dus op eiken
Fig. 36. eene even groote drukking van 10 kilogram
moeten uitoefenen om evenwicht te maken
en de vloeistof te beletten buiten het vat
te komen. Wanneer dus eene vloeistof een
gesloten vat volkomen vult, zal de drukking,
op eenig deel dezer vloeistof uitgeoefend,
zich onveranderd in alle richtingen voort-
planten.
Dat de voortplanting der drukking in alle
richtingen plaats heeft, blijkt door middel
van den toestel, in fig. 36 afgebeeld. Drukt
men op den zuiger C, dan zal het water, dat
in den cilinder B en den hollen bol A bevat
is, gelijkelijk uit alle openingen uitgeperst
worden, hetgeen het geval niet zou zijn,
indien de drukking alleen in hare eigene
richting werd voortgeplant.
Daar elk der zuigers B, C, D (Fig. 35) eene even groote drukking
ondervindt als die, welke op A wordt uitgeoefend, zoo zal klaar-
6