Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
73
Eene goede weegschaal moet een horizontalen stand aannemen,
wanneer in beide schalen gelijke gewichten geplaatst zijn; wordt zij
uit dien stand gebracht, dan moet zij van zelf daartoe terugkeeren.
Zijn de gewichten ongelijk, dan moet zij, zelfs bij een gering ver-
schil, een schuinen stand aannemen. Wij zullen nu nagaan, hoedanig
hare inrichting moet zijn om aan deze voorwaarden te voldoen.
In de eerste plaats is het noodig, dat de beide armen, dat is,
de afstanden van de ophangi)unten tot liet steunpunt, gelijk zijn;
want was dit niet het geval, dan zouden in den evenwichtstoestand
de gewichten niet gelijk kunnen zijn, maar omgekeerd evenredig aan
de hefboomsarmen. Jlen kan zich proefondervindelijk overtuigen,
of eene weegschaal deze eigenschap heeft, door op beide schalen
gewichten te plaatsen, tot dat de evenaar een horizontalen stand
aanneemt, en ze dan te verwisselen; blijft hij dan nog hoiizontaal,
dan is men zeker dat de armen even lang zijn. Het spreekt van
zelf, dat men zich eerst moet overtuigen, dat de evenaar ook
horizontaal is, als zich geen gewichten in de schalen bevinden.
De lief boomsarmen moeten echter niet alleen gelijk zijn, als de
evenaar een horizontalen stand aanneemt, maar zij moeten in alle
standen gelijk blijven. Dit zal alleen het geval zijn, wanneer het
steunpunt gelegen is in de lijn, die de ophangpunten vereenigt;
men heeft alsdan namelijk een gelijkarmigen rechtlijnigen hefboom,
bij welken, daar de krachten evenwijdig zijn, de armen in eiken
stand aan elkander gelijk blijven. Ligt het steunpunt C (Fig. 30)
daarentegen boven de rechte lijn AB, tusschen de ophangpunten A en
B getrokken, dan zullen wel ih dezen stand de beide hefboomsarmen
Fig-, 30. groot zijn, maar als
de evenaar den stand
A'CB' aanneemt, zal de
linkerhefboomsarm groo-
ter zijn, terwijl de rech-
terarm kleiner is gewor-
den. Gelijke gewichten,
in A' en B'opgehangen,
kunnen nu niet langer evenwicht met elkander maken. Als het
steunpunt beneden AH gelegen is, zal hetzelfde het geval zijn. Wij
zien dus, dat het verkieslijk is, dat het steunpunt en de beide
opliangpunten in eene rechte lijn liggen.