Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
alle punten aan hare oppervlakte zich op denzelfden afstand van het
middenpunt bevinden, en daar de aantrekkingskracht, volgens de door
Newton ontdekte wet, hare werking uitoefent in de omgekeerde
reden van de vierkanten der afstanden, zoo is het klaarblijkelijk, dat
zij aan de polen sterker moet werken dan onder den evenaar. Er is
echter, zooals wij zagen, nog eene andere oorzaak, die medewerkt tot
vermindering van de werking der aantrekkingskracht, naarmate
men den evenaar nadert. Door de middenpuntvlieding, veroorzaakt
door de dagelijksche beweging der aarde om hare as, trachten de
voorwerpen zich in eene andere richting te verplaatsen; de werking
der aantrekkingskracht wordt dus verminderd; en daar de mid-
denpuntvlieding onder den evenaar de grootste is, moet de ver-
mindering der aantrekkingskracht door haren invloed ook daar
aanzienlijker wezen, dan wanneer men zich van den evenaar ver-
wijdert. Beide deze omstandigheden maken dus, dat de werking
der zwaartekracht aan de polen sterker is dan onder den evenaar;
en daar de versnellingen evenredig zijn aan de krachten, zal dus
een vrij vallend lichaam onder den evenaar na ééne seconde ge-
ringere snelheid hebben dan onder de pool; in andere woorden,
de waarde van g neemt af, naarmate men tot den evenaar nadert.
Heeft men dus onder twee verschillende breedtegraden de slinger-
tijden van een zelfden slinger bepaald, dan geeft de tweede der
bovengemelde wetten (44) het middel aan de hand om de betrek-
king der waarden van g op die plaatsen te berekenen. Heeft men
de lengte van den secondeslinger bepaald, dan moeten deze waar-
den , volgens de formule voor den slinger, evenredig zijn aan de
verschillende waarden van (7, of:
l-.V = g-.g\
Door zoodanige bepalingen op vele plaatsen onder verschillende
breedtegraden te doen, heeft men de gedaante der aarde kunnen
bepalen, daarbij tevens acht gevende op den invloed van de mid-
denpuntvliedingskracht. De volgende label bevat de lengte van
den secondeslinger, zooals zij door nauwkeurige waarnemingen
voor de aldaar aangewezen plaatsen gevonden is, wel te verstaan
na aanbrenging der noodzakelijke verbeteringen.