Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
66
Eene opmerkelijke eigenschap van het slingerpunt mogen wij niet
met stilzwijgen voorbijgaan. Wanneer men een zamcngestelden
slinger omkeert en in zijn slingerpunt ophangt, dan zal hij zijne
slingeringen in denzelfden tijd volbrengen als in den eersten stand.
Slingerpunt en ophangpunt kunnen dus verwisseld worden. Men
kan van deze eigenschap gebruik maken om de plaats van het
slingerpunt proefondervindelijk te bepalen. Men brengt te dien
einde een zamcngestelden slinger in beweging en bepaalt den duur
eener slingering, door het aantal slingeringen in een bepaalden
tijd te tellen. Daarna keert men hem om en laat hem slingeren
om eene as, die men zoodanig tracht te bepalen, dat de slinge-
ringen juist in denzelfden tijd volbracht worden. Daar in deze as
het slingerpunt moet gelegen zijn, is tevens de lengte van den
slinger bepaald. Aan zoodanigen slinger, die door Bohnenberger
is uitgedacht (1811), geeft men den naam van reversieslinger.
Bij al hetgeen omtrent de beweging van den slinger is gezegd,
is van den weerstand, dien hij van de lucht ondervindt, geen
rekenschap gehouden. Het is echter duidelijk, dat de slingerwijdte
daardoor zal afnemen en dat de slingeringen op het laatst geheel
zullen ophouden. Ten einde dezen schadelijken invloed te vermin-
deren, geeft men bij voorkeur aan het slingerend voorwerp eene
lensvormige gedaante of althans eene zoodanige, w^elke het instaat
stelt beter de lucht te klieven.
De voornaamste toepassing van den slinger vindt plaats bij de
uurwerken. Hoewel reeds vroeger het denkbeeld daarvan bij Galilei
schijnt te zijn opgekomen, heeft Huygens (1657) er het eerst ge-
bruik van gemaakt om de beweging bij de uurwerken regelmatiger
te maken; in het gewicht van het uurwerk zelf vond hij het noodige
arbeidsvermogen om den slinger te beletten na verloop van eenigen
tijd, tengevolge van den weerstand van de lucht of van anderen
schadelijken invloed, tot rust te komen.
46. Gebruik van den slinger tot bepaling van de ver-
snelling der zwaartekracht. — Wanneer men uit de formule
voor den slingertijd g oplost, dan vindt men:
9--