Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
65
in eene bepaalde slingerende beweging, en er zal dus een zijner
punten zijn, dat, alleen slingerende, juist in denzelfden tijd eene
slingering zou volbrengen, als nu de geheele massa. Dat punt
noemt men daarom het slingerpunt; zijn afstand tot het
ophangpunt wordt de lengte van den zamengestelden slinger genoemd;
men kan dus ook zeggen, dat de lengte van een zamen-
gestelden slinger de lengte is van een en kei vo ud igen
slinger, die zijne slingeringen in denzelfden tijd vol-
brengt. De voor den laatste bewezen wetten gelden ook voor den
eerste, wanneer men in de formule voor l den afstand van het
slingerpunt tot het ophangpunt neemt. De eigenschap van het
slingerpunt is in 1650 door Chr. Iluygens ontdekt.
Fig. 25. De plaats van het slingerpunt is afhankelijk van den
vorm van het slingerend lichaam, doch is in de meeste
gevallen niet dan door zeer ingewikkelde berekeningen
te bepalen. Bestaat de slinger uit een zwaar balletje, aan
een dunnen draad opgehangen, dan valt het slingerpunt
nagenoeg met het zwaartepunt van den bal zamen; van
daar, dat men aan zoodanigen slinger zonder merkbare
onnauwkeurigheid de wetten van den enkelvoudigen
slinger toetsen kan.
Door eene eenvoudige proef kan men zich overtuigen,
dat bij een zamengestelden slinger zwaartepunt en slin-
gerpunt niet kunnen zamenvallen. Zij AB(Fig. 25) eene
staaf, in haar midden een dergelijk mesje hebbende, als
dat van den evenaar eener balans, en op gelijke afstan-
den van dit met gelijke gewichten P voorzien. Het
«zwaartepunt zal blijkbaar in het midden gclugen zijn;
C als men dus dezen toestel met het mesje op een horizontaal
vlak laat rusten, dan zal hij zich in onverschillig evenwicht bevinden
Brengt men nu onderaan bij B een klein gewicht, dan zal het zwaarte-
punt zich een weinig naar beneden verplaatsen; men heeft dan een
slinger die, in beweging gebracht zijnde, zijne slingeringen veel lang-
zamer volbrengt, dan wanneer het gewicht B alleen in het zwaartepunt
was opgehangen en dus con enkelvoudigen slinger vormde. Dereden
hiervan laat zich gemakkelijk inzien; het gewicht B moet nu de geheele
massa in beweging brcng((n en zal daai-aan dus eene veel geringere
snelheid mcdedeelen, dan wanneer het zich alleen kon bewegen.
5