Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
62
rp'
onrekbaar en zonder gewicht is. Het is blijkbaar, dat een
enkelvoudige slinger niet bestaan kan ; men stelt zich dien slechts
voor, ten einde daaruit de wetten der slingeringen af te leiden.
Wanneer zulk een slinger uit den toestand van evenwicht AC
(Fig. 24) in den stand AB gebracht
wordt en dan aan de werking van
de zwaartekracht wordt overgela-
ten, dan bezit het stoffelijk punt B
een zeker arbeidsvermogen van
plaats; het tracht weder den laag-
sten stand aan te nemen en zich
langs den cirkelboog BC te bewe-
gen. Slechts een gedeelte van zijne
zwaarte doet het punt deze be-
weging aannemen; want stelt BP
zijn gewicht voor, dan zal de ont-
bondene Bli, in de richting van
AB, de kracht aanwijzen, waar-
mede de draad gespannen wordt,
terwijl BQ, de ontbondene in de richting van de raaklijn, oorzaak
is van de beweging. Is het punt in B' gekomen, dan zal B'R'
de drukking in de richting van AB', en B'Q' de beweegkracht
voorstellen. De eerste groeit aan en de laatste neemt af, naarmate
de slinger meer tot het laagste punt nadert; daar zal de
spanning gelijk zijn aan het gewicht, terwijl de beweegkracht nul
is. Aldaar aangekomen heeft het stoffelijk punt echter snelheiden
dus in plaats van het oorspronkelijke arbeidsvermogen van plaats
een arbeidsvermogen van beweging verkregen, dat het in staat stelt
zich opwaarts te bewegen; de ontbondene van de zwaartekracht,
gericht volgens de raaklijn aan den cirkelboog, werkt echter bij
die opwaartsche beweging in eene richting, tegenovergesteld aan
die, waarin de beweging plaats heeft; de snelheid zal dus ver-
minderen, totdat de slinger in een punt D komt, dat even hoog
als B gelegen is, dewijl, zoo als wij vroeger gezien hebben, de
snelheid in C voldoende is om hem weder even hoog te brengen
als het punt, van waar hij vertrokken is, wanneer men den weer-
stand der lucht en andere schadelijke invloeden buiten rekening laat;
daar aangekomen heeft het stoffelijk punt weder evenveel arbeids-