Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
Gl
en die, zoo als wij reeds hebben opgemerkt, bij eene snelle bewe-
ging veel aanzienlijker zal zijn dan bij eene langzame. De weg,
dien een uit een kanon afgeschoten kogel doorloopt, zal dan ook
aanmerkelijk van eene parabool verschillen.
C. GROOTTE DER zwaartekracht.
43. Bepaling van de versnelling der zwaartekracht met
den toestel van Atwood. — De bepaling van de versnelling
der zwaartekracht kan geschieden door middel van den toestel van
Atwood. Immers wij hebben gezien (39), dat wanneer M de ge-
wichten en m het overwichtje voorstellen, en g' de snelheid, door
dat overwichtje aan het geheele zamenstel van gewichten 2M-l-wi
medegedeeld aan het einde der eerste seconde, de waarde van de
eindsnelheid der eerste seconde bij een volkomen vrij vallend lichaam,
wordt aangewezen door de formule:
^ = - ^ •
Men heeft dus daarin slechts de waarden van 31, in en g', door
waarneming te verkrijgen, in de plaats te stellen. De uitkomst
zal echter niet nauwkeurig kunnen zijn, daar de weerstand van de
lucht, de wrijving op de as van de katrol en de onvolkomen buig-
zaamheid van den draad zamenwerken om eene vermindering van
snelheid te bewerken. Wij kunnen echter nauwkeuriger middelen
aanwijzen om de grootte der zwaartekracht te bepalen.
44. Slinger. — Elk lichaam, dat zich bewegen kan om eenig
punt of om eene horizontale as, die niet door het zwaartepunt
gaat, zal, wanneer het uit zijn evenwichtstoestand wordt gebracht,
in eene schommelende beweging geraken. Zoodanig lichaam, onver-
schillig welke zijne gedaante is, noemt men een slinger. Ten
einde de wetten van deze l>eweging te leeren kennen beschouwt men
eerst een zoogenaamden enkelvoudigen slinger, ora daaruit de
wetten van den zamengestelden af te leiden. Elk slingerend
lichaam vormt een zamengestelden slinger; door een enkelvou-
digen slinger verstaat men een zwaar stoffelijk punt,
opgehangen aan een draad, die volkomen buigzaam,