Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
59
weg het lichaam doorloopen heeft om van A tot B te komen, hetzij
die rechtlijnig is, hetzij kromlijnig zoo als ADB. In alle gevallen
zal het lichaam in B aankomen met eene snelheid, behoorende
bij de valhoogte AC en uitgedrukt door \X2gh. De richting der
snelheid in eenig punt der kromme lijn is die van hare raaklijn
in dat punt.
De snelheid v — , die het lichaam verkregen heeft, als het
iu B is aangekomen, zou volgens hetgeen bij de eenparig vertraagde
beweging gezegd is, voldoende zijn om het weder tot eene hoogte
h op te voeren; dit is een gevolg van de wet van het behoud van
arbeidsvermogen. De richting der eindsnelheid verhindert echter
eene beweging in verticale richting naar boven, doch niet langs
eene helling. De zwaartekracht zal ook nu vertragend werken,
doch in geringer mate dan bij de beweging in verticale richting naar
boven, even als zij bij de benedenwaartsche beweging langs het
hellend vlak in geringer mate werkte, dan bij den vrijen val. Men
mag dus zeggen, dat een lichaam, dat zich langs een hellend
vlak of langs eene kromme lijn bewogen heeft, onderaan gekomen,
eene snellieid verkregen heeft, die voldoende is om het langs eene
andere helling of langs eene andere kromme lijn naar boven te
voeren tot een punt, even hoog gelegen als dat, van waar het
vertrokken was. Het spreekt echter van zelf, dat hierbij de invloed
van den tegenstand, dien het lichaam hetzij van de lucht, hetzij
door de beweging langs het vlak, hetzij bij den overgang van het
eene vlak op het andere kan ondervinden, geheel buiten rekening
is gelaten.
42. Beweging van voortgeworpen lichamen. — Wanneer
een lichaam wordt voortgeworpen in eene horizontale richting of
zoodanig, dat het met het horizontale vlak een scherpen hoek
maakt, dan is het onderworpen aan twee bewegingen. De eerste,
in de richting waarin het is voortgeworpen, is eene eenparige;
de tweede, het gevolg van de werking der zwaartekracht, is eene
eenparig versnelde beweging in verticale richting. De resultante
kan niet anders dan eene kromlijnige beweging zijn.
Stellen wij, dat een lichaam uit A (Fig. 23) wordt voortgeworpen
met 'eene snelheid AB in de seconde , dan zou het, indien de
zwaartekracht niet werkte, zich na 1, 2, 3, enz. seconden in de