Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
57
welke het, vrij van eene hoogte li vallende, zou verkregen hebben.
Evenzeer als de beweging van een vrij vallend lichaam eene eenparig
versnelde is, zal dus die van een verticaal naar boven geworpen
lichaam eene eenparig vertraagde zijn.
Fig. 21. Men kan ookproefondervindelijkdoorraiddelvan
den toestel van Atwood deze wet aantoonen, door
namelijk aan de verdeelde schaal eenetweedeschuif
0 (Fig. 21) te maken, even als B van een ring
voorzien, doch zoodanig ingericht, dat het linksche
gewichtje M, bij zijne op-en neergaande beweging,
er doorheen gaat. Men plaatst de schuiven B en C
zoodanig, dat op hetzelfde oogenblik, dat M een ge-
wichtje opneemt, hetwelk te dien einde op den ring
C gelegd is, het gewicht M' zijn overwichtje op den
ring B laat liggen; de beide overwichtjes moeten
even groot zijn. Laten wij nu het gewicht M, van
liet overwichtje voorzien, op eene zekere hoogte
los, dan zal dit aan het geheele zamenstel van
gewichten eene eenparig versnelde beweging
geven. Het gewicht M' komt dus met eene be-
paalde opwaarts gerichte snelheid bij B aan. Op
iietzelfde oogenblik verliest JI zijn overwichtje; M
zou dus voortgaan met eene eenparige beweging
te stijgen, zoo het niet tevens het overwichtje, dat
op den ring B ligt, opnam en daardoor eene een-
parig vertraagde beweging verkreeg. Het klimt nu slechts tot een be-
paald punt, van waar het weder daalt, tot het in B aankomt met
eene snelheid, even groot als die, wellie het had toen het van daar
vertrok. Het overwichtje van M' blijft nu weer bij B liggen, ter-
wijl M het zijne terugkrijgt. Dit laatste deelt aan het geheele
zamenstel van gewichten weder eene eenparig vertraagde beweging
mede. Men zal zich kunnen overtuigen, dat M terugkeert tot
hetzelfde punt, van waar men het heeft doen vertrekken. Geeft
men tevens op de tijden acht, dan zal men bevinden, dat die,
welken M' noodig heeft om van B tot het hoogste punt te komen,
en die, welke vereischt wordt om het weder tot B terug te doen
vallen, even groot zijn.
Men zal inzien, dat de afwisselend op- en neergaande beweging