Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
56
begint te vallen. Ook de wetten van deze vertraagde beweging,
waarvan wij reeds ter loops ncielding hebben gemaakt, toen wij over
het arbeidsvermogen spraken, laten zich gemakkelijk bepalen.
Stellen wij, dat het lichaam met eene snelheid u opwaarts ge-
worpen wordt, dan zou het die snelheid behouden, zoo de zw*aartc-
kracht hare werking niet uitoefende. Deze geeft echter aan het
lichaam na verloop van een tijd t eene snelheid gt, welke, bene-
denwaarts gericht zijnde, van u moet worden afgetrokken, zoodat
de snelheid van het opgeworpen lichaam na i seconden zal zijn u—^^.
Na verloop van zekeren tijd zal de snelheid nul geworden zijn;
alsdan is dus u—gt — ^y u~gt en t= —, welke foimule den tijd
9
uitdrukt, dien het lichaam noodig heeft om tot zijn hoogste punt
te komen. De afgelegde weg wordt gevonden door op te merken,
dat het lichaam tengevolge van de opwaartsche snelheid bij het
begin in die t seconden een weg ut zou hebben afgelegd, doch
dat, daar de doorloopen ruimte bij den vrijen val ^^ zou bedragen
qlt
hebben, de wezenlijk afgelegde weg slechts xd — ^ moet bedra-
gen. Plaatst men in deze uitdrukking voor u de gevonden
qfi qii
waarde gt, dan wordt zij gfi — ^^ o • uitkomst doet zien,
z z
dat de ruimte, die doorloopen wordt door een lichaam, dat met
eene snelheid u opwaarts geworpen wordt en na een tijd t zijn hoogste
punt bereikt, juist dezelfde is, die het lichaam vrij vallende in
dienzelfden tijd zou doorloopen. Daar voorts de eindsnelheid na t
seconden wordt uitgedrukt door gt, en ook u-=gt gevonden is, zoo
blijkt hieruit, dat het lichaam aan het punt, van waar de opwaartsche
beweging begonnen is, terugkomt met eene snelheid, even groot als
die, waarmede het werd opgeworpen.
Van de formule A =-;;-op bl. 51 kan men zich ook bedienen om
de hoogte te berekenen, tot welke een lichaam klimmen zal, dat met
eene snelheid v verticaal naar boven wordt geworpen. Omgekeerd,
wil men een lichaam tot eene hoogte h doen klimmen, dan moet
men er eene aanvankelijke (initiale) snelheid aan mededeelen, uit-
gedrukt door de formule en dus even groot als die.