Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
55
nu geen vermeerdering meer kan ondergaan. Heeft men de schuif A
30 centimeter beneden B, dus op 45 centimeter geplaatst, dan zal men
bemerken, dat het lichaam daar juist bij het einde der tweede
seconde aankomt. Hieruit blijkt dus reeds, dat de in de eerste
seconde doorloopen ruimte de helft is van de snelheid na de eerste
seconde. Plaatst men nu den ring op GO centimeter en de schuif A
op 120, dan zal men bevinden, dat het gewicht door den ring gaat,
twee seconden na zijn vertrek van I, en bij het einde der 3e seconde
bij A aankomt. Wordt de ring op 135 en A 90 centimeter lager, dus
op 225 geplaatst, dan zal het gewicht na 3 seconden door den
ring gaan, waarop het overwichtje liggen blijft, terwijl het in de 4e
seconde den weg 90 aflegt, die dus de snelheid na drie seconden
of de eindsnelheid der derde seconde aanduidt. Uit deze proeven
blijkt dus, dat de eindsnelheden zich verhouden als de tijden, en
de doorloopen wegen als de tweede machten der tijden; hierdoor
wordt tevens bevestigd, dat de zwaartekracht, gestadig op een
lichaam werkende, daaraan eene eenparig versnelde beweging
mededeelt.
Met behulp van den toestel van Atwood kan men ook de juist-
heid aantoonen van de eigenschap, die wij zoo even hebben afge-
leid uit het begrip van hoeveelheid beweging, dat namelijk de
snelheid geringer is, naarmate de massa, die door eene zelfde kracht
iu beweging gebracht wordt, grooter is, of wat op hetzelfde neer-
komt, dat de versnellingen evenredig zijn aan de krachten, waardoor
zij aan eene zelfde massa na een bepaalden tijd medegedeeld worden.
Wanneer bijv. M en M' elk 240 gram bedragen, en bij M' een
overwicht van 20 gevoegd wordt, dan zal de geheele massa,welke
dan 500 gram bedraagt, door 20 gram worden in beweging ge-
bracht. Men ga dan na, welke de snelheid na céne seconde is.
Vervolgens neme men gewichten van 245 gram, en voege bij M'
een overwichtje van 10 gram, dan zal het totale gewicht weder
500 bedragen, doch nu door eene kracht van 10 gram worden in
beweging gebracht. Men zal bevinden, dat de snelheid na de
eerste seconde thans de helft bedraagt van die in het eerste geval.
40. Eenparig vertraagde beweging. — Wordt een lichaam
verticaal naar boven geworpen, dan zal het stijgen, maar met steeds
afnemende snelheid, tot dat het, tot een zeker punt gekomen, weder