Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
H
een vrij vallend lichaani, maar zij zal langzamer zijn. Wij kunnen
ons gemakkelijk hiervan rekenschap geven. Stellen wij, dat aan
de beide uiteinden van het touw gelijke gewichten geplaatst zijn,
en bovendien bij W een overwichtje 711, dat nu oorzaak is van de
versnelde beweging, en na eene seconde aan het geheele zamenstel
van gewichten 23I+m eene snelheid mededeelt, die wij g' zullen
noemen, dan is de hoeveelheid beweging, door dat overwichtje
veroorzaakt, Was het overwichtje m daarentegen alleen
en vrij gevallen, dan had het na eene seconde eene snelheid g
verkregen, en de hoeveelheid beweging zou dan tti^t zijn. Daar echter
dezelfde kracht, namelijk het gewicht van het overwichtje m, in
beide gevallen oorzaak van de beweging is, moet ook de voort-
gebrachte hoeveelheid beweging even groot zijn; men heeft dus
— mg, waaruit men terstond vindt:
9 =
mg ^
Heeft men bijv, twee gewichten van 50 gram en een overwichtje
van 5 gram dan zal g'zijn; de snelheid na de eerste seconde
zal dus 21 maal geringer zijn, dan wanneer een lichaam geheel vrij
valt. Ook de doorloopen ruimten zullen dan, blijkens de formule
(2) op bladz. 51, in dezelfde verhouding kleiner worden.
Om nu door middel van den toestel van Atwood de bevestiging
der wetten van den vrijen val te vinden , plaatse men het gewicht
M', voorzien van een overwichtje, bij I, het nulpunt der schaal.
Dit overwichtje heeft zoodanigen vorm, dat het, als het gewicht
door den ring B gaat, daarop blijft liggen. In fig. 20 bevindt het zich
op den ring, terwijl het gewicht M' reeds verder naar beneden is
gevallen. Na eenige pogingen zal men gemakkelijk den ring B zoo
kunnen plaatsen, dat het gewicht M' daardoorheen gaat, juist ééne
seconde nadat het I verlaten heeft. De in die seconde afgelegde
weg wordt dan door de cijfers op de schaal aangewezen. Stellen
wij, dat deze 15 centimeter bedraagt. Daar het overwichtje nu op
den ring blijft liggen, houdt de eigenlijke oorzaak der beweging,
de werking der zwaartekracht, op, en het gewicht M' zal alleen
blijven naar beneden gaan tengevolge van de snelheid, die het
verkregen had op het oogenblik, dat het door den ring ging, en die