Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
52
In werkelijkheid geschiedt dit echter niet; de oorzaak van deze
afwijking is, zooals boven reeds is opgemerkt, de ^veerstand, dien
het lichaam van de lucht ondervindt. Deze weerstand zal geen
evenredige vertraging veroorzaken, maar eene zooveel te grootere,
naarmate de snelheid aanzienlijker wordt. Hoewel de wetten nog
onvolledig bekend zijn, mag men op grond van proefnemingen aan-
nemen, dat, wanneer de snelheid aanzienlijk is, de weerstand zelfs
nog iets grooter is, dan wanneer hij evenredig was aan de tweede
macht der snelheid. Het gevolg daarvan is, dat er een tijdstip zal
zijn, in hetwelk de versnelling van een lichaam, dat door zijn ge»
wicht valt, uiterst gering zal zijn, zoodat de beweging nagenoeg
iu eene eenparige overgaat. Wij zien hiervan gedurig voorbeelden
bij voorwerpen, die, hoewel van eene groote hoogte vallende, toch
niet die snelheid hebben, welke zij ten gevolge van die valhoogte
zouden moeten hebben; het meest in het oog loopend is zulks bij
de regendroppels en hagelkorrels, die, indien zij wezenlijk op
den grond aankwamen met de snelheid, die men uit de formule
v — zou afleiden, veel aanzienlijker verwoestingen zouden
te weeg brengen.
38. Hellend vlak van Galilei. — De kennis der hier vermelde
wetten is men verschuldigd aan Galilei (1602), welke die proefonder-
vindelijk aantoonde door lichamen te laten vallen langs een hellend
vlak. Wij hebben reeds opgemerkt (28) dat, als een lichaam zich
op eene helling bevindt, niet het gelieele gewicht oorzaak der bewe-
ging zal zijn, maar slechts de ontbondene, die evenwijdig is met de
helling. Daar de kracht dan veel geringer is, zal ook de beweging
in dezelfde reden langzamer worden; aan den aard der kracht
evenwel, van welken alleen de wetten afhankelijk zijn, wordt niets
veranderd. Laat men dus langs eene helling licht beweegbare lichamen
afglijden, dan zal men uit de onderlinge vergelijking der in 1, 2,
3,... seconden doorloopen wegen de bovenvermelde wetten kunnen
afleiden.
39. Toestel van Atwood. — Beter dan het hellend vlak van
Galilei is tot proefondervindelijke aantooning der wetten van den
vrijen val het werktuig van Atwood (1781) geschikt, dat in üg. 20
is afgebeeld.
Dit werktuig bestaat hoofdzakelijk uit eene ruim twee meter hooge