Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
49
Wanneer een licliaam met meer punten of wel met een uitge-
breide basis op een horizontaal vlak staat, dan zal het in evenwicht
zijn als de verticaal, door het zwaartepunt gaande, dat vlak ont-
moet binnen die basis, of, zoo er slechts eenige steunpunten zijn
(zooals bijv. bij eene tafel, die op verscheidene pooten rust)4)innen
den veelhoek, door de uiterste dier punten getrokken. Heeft dit
niet plaats, dan zal het lichaam omkantelen, zoo als het geval
zal zijn bij den scheeven
cilinder A (Fig. 19), om-
dat de verticaal GC de
tafel buiten de basis ont-
moet, terwijl de cilinder
B zal blijvenstaan, omdat
het ontmoetingspunt D
hier binnen den omtrek
der basis valt. Een lichaam
zal dus des te vaster staan, naarmate zijne basis grooter is, en de
verticaal, die door het zwaartepunt gaat, verder van de grenzen
van de basis verwijderd is; want dan zal de kans, dat de verticaal
van het zwaartepunt daarbuiten komt, veel geringer zijn.
Bij de menschen heeft hetzelfde plaats. Ue verticaal, door het
zwaartepunt getrokken, moet den grond ontmoeten binnen de basis,
gevormd door den buitensten omtrek der voeten en de twee rechte
lijnen, die de toonen en de hielen vereenigen. Daarom kan iemand,
die vlak tegen den muur staat, zich niet voorover buigen, omdat
zijn zwaartepunt dan zooveel vooruitkomt, dat het niet meer onder-
steund is. Iemand, die een zwaren last op den rug draagt, zal
zich voorover buigen, ten einde het zwaartepunt, dat doordenlast
naar achteren gebracht was, weer naar voren te verplaatsen. Al
onze bewegingen bij het loopen, enz. dienen om het zwaartepunt
steeds goed te ondersteunen.
B. Wetten der zwaartekracht.
37. Wetten van den vrijen val, — Wanneer men een steentje
en eene veer te gelijk van zekere hoogte laat vallen, dan zal liet
steentje lang voor de veer op den grond aangekomen zijn. De
steen valt dus veel schielijker dan de veer; de oorzaak hiervan is
4