Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
47
gram in het snijpunt der diagonalen, omdat in deze figuren aan
weerszijde van elke lijn, door dat punt getrokken, volkomen s)-mme-
trische of gelijke gedeelten gelegen zijn. Het zwaartepunt van een
driehoek ligt op twee derden van de lijn, die van een der hoek-
punten naar het midden der overstaande zijde getrokken wordt,
van den top af gerekend, of wat hetzelfde is, in het ontmoetings-
punt der lijnen, die uit de hoekpunten naar het midden der overstaande
zijden worden getrokken. Dat van een willekeurigen veelhoek
bepaalt men, door hem in driehoeken te verdeelen, van elk van
deze het zwaartepunt te bepalen, en dan, door zamenstelling van
alle evenwijdige in die punten werkende krachten, het aangrijpings-
punt der resultante te bepalen.
Bij alle homogeene lichamen, die een middenpunt hebben, is dit
tevens het zwaartepunt. Bij een bol ligt het in liet middenpunt,
bij een cilinder in het midden der as; bij een parallelopipedum in
het snijpunt der diagonalen. Bij eene piramide is het gelegen op
drie vierden van de lijn, die van den top naar het zwaartepunt
van het grondvlak getrokken wordt, van den top afgerekend; bij
den kegel eveneens op één vierde van de as.
36. Evenwicht van zware lichamen. — Opdat een zwaar
lichaam, dat op een punt rust, in evenwicht zij, is het noodig en
voldoende, dat het steunpunt of ophangpunt zich in dezelfde verticaal
bevindt, waarin het zwaartepunt gelegen is. Er kunnen zich hier
echter verschillende gevallen voordoen, afhankelijk van de plaats,
die het zwaartepunt ten opzichte van het standpunt inneemt.
Wanneer het zwaartepunt Z juist
in het steunpunt gelegen is, zooals
in fig. 15, waar AB een zwaar li-
chaam voorstelt, dat om eene as
C^ CD draaijen kan, zal er evenwicht
zijn, onverschillig in welken stand AB geplaatst is; het zwaarte-
punt zal bij deze beweging noch rijzen, noch dalen. Men noemt
dezen stand dien van onverschillig evenwicht. Zoo is een
bol, die op een plat vlak rust, ook in onverschillig evenwicht.
Ligt het zwaartepunt onder het vaste punt, zoo als in fig. 16,
dan zal het lichaam, uit den stand AB in den stand AB'gebracht^
niet meer in evenwicht zijn. Wordt het dan aan zich zelf