Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
46
Dat men als eenheid van gewicht het kilogram neemt, dat is
het gewicht van een kubieken decimeter zuiver water, bij zooda-
nigen warmtegraad dat zijne dichtheid de grootst mogelijke is, is
reeds boven (14) opgemerkt.
35. Zwaartepunt. — Wij hebben reeds de richting der zwaarte-
kracht aangewezen, alsmede hare grootte; om de kracht volkomen
te kennen, moeten wij nu nog haar aangrijpingspunt leeren kennen.
Dit punt, zwaartepunt genoemd, is het punt, waardoor
de resultante van alle krachten, die op de moleculen
werken, blijft gaan, welken stand men ook aan het
lichaam geeft. Daar deze krachten alle als evenwijdig kunnen
worden worden aangemerkt, zoo kunnen wij het beschouwen, alsof
op alle deeltjes van een zwaar lichaam evenwijdige krachten wer-
ken. De resultante is, volgens hetgeen wij vroeger (29) hebben
gezien, gelijk aan de som der krachten, dat is het gewicht; het
aangrijpingspunt of het zwaartepunt is een middenpunt van even-
wijdige krachten, dat op de vroeger aangewezen wijze kan worden
bepaald; men kan zich dus voorstellen, dat het geheele gewicht
van een lichaam in zijn zwaartepunt werkt. Is dus het zwaartepunt
vast of zoodanig ondersteund, dat de zwaartekracht door hare richting
geen beweging kan veroorzaken, dan is het lichaam in evenwicht.
De plaats van het zwaartepunt van een lichaam kan proefonder-
vindelijk bepaald worden, door het achtereenvolgens aan twee ver-
schillende punten op te hangen; in beide standen zal het zwaartepunt
onder het ophangpunt moeten gelegen zijn, daar er anders geen
evenwicht kan zijn; het ontmoetingspunt van de twee lijnen, die
in die twee standen verticaal door het ophangpunt getrokken worden,
zal dus het zwaartepunt zijn.
Men spreekt dikwijls van het zwaartepunt van vlakken en lijnen.
Daar deze, als niet lichamelijk zijnde, geen zwaarte hebben, kunnen
zij eigenlijk ook geen zwaartepunt hebben. Men stelt zich dan alle
punten dier figuren als zware moleculen voor, en het zwaartepunt
is dus eigenlijk het middenpunt van de evenwijdige en gelijke
krachten, die men onderstelt dat in alle punten van die figuren
werken. Zoo kan men dan zeggen, dat het zwaartepunt van eene
rechte lijn in haar midden gelegen is, dat van een cirkel en van
een regelmatigen veelhoek in het middenpunt, dat van een parallelo-