Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
44
waarin m en m^ de massa's voorstellen en r de afstand is, op welken
zij op elkander werken, terwijl ƒ de aantrekking voorstelt, welke
twee eenheden van massa op elkander uitoefenen, als zij op de
eenheid van afstand van elkander verwijderd zijn.
Was de aarde een homogeene hol, of een hol, uit concentrische
homogeene lagen bestaande, die zich in den toestand van rust bevindt,
dan .is het niet moeilijk in te zien, dat de aantrekking, door haar
op een punt uitgeoefend, door het middenpunt gericht zou zijn. Maar
de aarde beweegt zich om eene as, zoodat elk punt een cirkel door-
loopt, waarvan de straal gelijk is aan den afstand van het punt tot
die as. Een gedeelte dier aantrekkingskracht wordt nu gebruikt om
aan het punt eene cirkelvormige bewegingmede te deelen, of, zoo als
men het gewoonlijk, hoewel minder juist uitdrukt, er treedt eene mid-
denpuntvliedingskracht op, die werkt volgenshetverlengde van den
straal van den cirkel, dien het punt doorloopt. De resultante nu
van deze en van de aantrekkingskracht der aarde noemt
men zwaartekracht. Alleen aan den evenaar en aan de polen
is zij juist gericht naar het middenpunt der aarde. De middenpunt-
vliedingskracht is aan den evenaar het grootst en werkt daar in
tegengestelde richting van de aantrekkingskracht, zoodat de zwaar-
tekracht daar het kleinst is. iJaar de polen toe neemt de midden-
puntvliedingskracht af en wordt dus de zwaartekracht grooter.
Er is nog een andere reden, waarom de aantrekkingskracht
grooter wordt, naarmate men tot de polen nadert. Men kan
namelijk wiskundig bewijzen, dat de aantrekking, door een
homogeenen bol op een punt daarbuiten uitgeoefend, niet zou
veranderen , indien de geheele massa van den bol in het midden-
punt vereenigd was. Hieruit volgt, in verband met de tweede
wet van Newton, dat de aantrekking grooter wordt, naarmate
dat punt, dat zich buiten den bol bevindt, meer naar het mid-
denpunt nadert. Nu is de aarde geen volkomen bol, maar zij
heeft aan de polen eene afgeplatte gedaante, zoodat deze zich
dichter bij het middenpunt bevinden dan een punt onder den
evenaar. Naarmate men dus op hare oppervlakte de polen nadert,
wordt de afstand tot het middenpunt kleiner en dus de aantrek-
kingskracht grooter.
De richting der zwaartekracht wordt aangewezen door het schiet-
lood , bestaande uit een klein zwaar lichaam , dat men aan een